Minder rozen | Mahmoed Darwisj | poëzie

Niemand betreurt de vrijheid

MAHMOED DARWISJ werd op 13 maart 1942 geboren in Al-Birwa, een dorpje in Galilea. Na de Israëlische bezetting en het opeisen van heel hun land moet hij in 1948 met zijn familie toevlucht zoeken in Beiroet. In 1949 volgt hij daar de basisschool, maar komt heimelijk naar zijn vaderland terug en begint het secundair onderwijs in 1955, jaar waarin zijn eerste poëtische tekst gepubliceerd wordt. In 1960 slaagt hij in het baccalaureaat en wordt journalist, waardoor hij vanaf 1961 regelmatig in de gevangenis terechtkomt. In 1967 vestigt hij zich in Cairo waar hij voor het dagblad Al Ahram schrijft. In 1973 keert hij naar Beiroet terug. Daar verbindt hij zich met de PLO en is betrokken in politieke en ideologische conflicten alsook in de poëtische activiteit van de Libanese hoofdstad. In 1981 lanceert hij het tijdschrift Al-Karmal. Gedurende enkele jaren is zijn verblijfplaats Tunis, daarna Parijs. Sinds jaren woont hij nu in Ramallah.

De wereldliteratuur is Mahmoed Darwisj niet vreemd, vooral de werken van Bertold Brecht, Aleksandr Poesjkin, Vladimir Majakovski en Federico García Lorca weten hem te bekoren. Hij leest die in het Hebreeuws, taal die hij goed beheerst. Later zal hij zich ook voor de Engelse dichtkunst interesseren. Onder zijn talrijke poëzie-uitgaven, komen volgende bundels voor:
“Vogels zonder vleugels“ Palestina, 1960, “Een minnaar van Palestina“ Palestina, 1960, “ Mijn geliefde ontwaakt uit haar slaap,“ Beiroet, 1969, “Hou ik van jou of hou ik niet van jou“ Beiroet, 1972, “Lof van de hoge schaduw“ Tunis, 1983, “ Minder rozen” Casablanca, 1986, “Waarom heb je het paard alleen gelaten” Beiroet,1995, “Het bed van de vreemdelinge” Beiroet, 1999, “Muurschildering” Beiroet, 2000, “Verontschuldig je niet voor wat je gedaan hebt“ Beiroet, 2004, “Volledige werken“ Beiroet, 1971, die meermaals herdrukt werden. Zijn poëzie telt talrijke vertalingen en werd meermaals bekroond, niet alleen in de Arabische landen, waar hij bijvoorbeeld de Ouessprijs ontving (Verenigde Arabische Emiraten). Voor zijn poëzie werd hem ondermeer ook de Leninprijs van de Vrede (Sovjet-Unie) en de prins Claus prijs (Nederland) toegekend.

Darwisj de vernieuwer

Darwisj is een dichter die voortdurend zijn manier van schrijven en zijn thema’s vernieuwt. In zijn laatste bundels leidt hij ons naar nieuwe horizonten, baat alle mogelijkheden van het gedicht uit, zijn magisch effect, zowel in een beperkte taalkundige en culturele ruimte als op algemeen menselijk gebied. Dankzij deze bekwaamheid is Mahmoed Darwisj heden ten dage, samen met de Syriër Ali Ahmed Saïd (Adonis) en de Irakees Saâdi Youssif, een van de belangrijkste stemmen in het poëtische landschap van de Arabisch sprekende landen. De verkoop van zijn boeken overtreft steeds de normale verwachtingen en zijn poëzielezingen, in eigen land en in alle windstreken vormen altijd een buitengewone culturele mediagebeurtenis. Zijn prachtige en aantrekkelijke schrijfwijze doet ons denken aan de dynastie van grote dichters in verschillende culturen: de Arabier uit het klassieke tijdperk Aboettayeb Al-Motanabbi, de Rus Ivguenei Jevtoetsjenko, de Amerikaan Allen Ginsberg, de Fransman Serge Pey…

Darwisj de dichter uit Palestina

Mogen we stellen dat het een geluk is dat de dichter uit Palestina komt en anders nooit zo’n bekende naam zou hebben verworven op cultureel en publiek gebied? Het is eerder dat geluk dat hem gaat aanzetten luidop te roepen “Heb medelijden met ons, met deze wrede liefde“. Hij eist niet alleen van de elite, van de journalisten, van de massa’s lezende Arabieren dat ze zijn gedichten zouden waarderen, maar ook die van zijn generatiegenoten: Samih al-Kassem, Azzedine Mnassra, Murîd al-Barghouti, Ahmed Dahbour. Het is evenwel niet zo, dat Darwisj zich – door zijn engagement voor het lot van zijn volk – tot een poëtische luiheid laat verleiden. “Ik ben geen militair verslaggever van de Palestijnse zaak” verklaart hij, en hij vraagt dat men de Palestijnse tragedie objectief en strikt zou behandelen, zo mogelijk zonder emoties, zelfs al zijn die gewettigd en dat men een onderscheid dient te maken tussen zijn 140 Palestijnse en zijn poëtische identiteit. Hij hecht daar groot belang aan, vandaar zijn verlangen om het beeld van “de dichter van de Palestijnse weerstand” vooral opgebouwd gedurende de jaren 1960 en 1970 op te heffen. In “Minder rozen” en in voorgaande bundels gaat het over de lijdensweg van een volk, over oppressie en een collectieve exodus, waarbij de dichter niet nalaat zijn gedichten met historische en mystieke elementen, met sagen, met citaten uit het evangelie te parfumeren. Daarbij draagt Darwisj ook grote zorg voor de poëtische expressie, vinden we in de gedichten naast soms surrealist aandoende beelden ook verrassende metaforen, waar het verlangen om naar een eigen, onbezet land terug te keren als een rode draad door zijn poëtisch oeuvre loopt. Maar in tegenstelling tot de collectieve uittocht van Mozes wil hij alléén vertrekken. In het gedicht Tot aan mijn einde, tot aan zijn einde toe, gaat het dan ook om een persoonlijke terugkeer, terugkeer met de vader naar al-Birwa, zijn verslapen geboortedorp in de nabijheid van Akka, parel van Kanaän.
De Palestijnse zaak is niet, zoals Jean-Paul Sartre het op zeker ogenblik gedacht had, een confrontatie tussen twee zaken die allebei rechtvaardig zijn, het was en blijft een conflict tussen de onderdrukkers en de onderdrukten.

Vertaling van Germain Droogenbroodt

Zoals het Italiaans spreekwoord beweert, verraadt een vertaling het origineel, of zoals de Amerikaanse dichter Robert Frost, die Germain Droogenbroodt zelf citeert, schreef: Poëzie is wat in de vertaling verloren gaat. Wat borg staat voor de vertaling uit een cultuur die de wieg is geweest van dergelijke belangrijke namen als Averroës, de dichter Aboe Ttayeb Al–Moetanabbi, de romancier Najib Mahfoez is, dat de vertaler niet alleen een dichter is met een grote sensibiliteit, maar ook een ervaren vertaler die niet ophoudt de muren op te breken die de diverse poëtische en culturele horizonten van elkaar scheiden.

DR. BENAISSA BOUHMALA

Mahmoed Darwisj overleed op 9 augustus 2008 in Houston, Texas.

Lees de bijzondere Arabische poëzie. De bundel is tweetalig Arabisch / Nederlands

In de stroom van de tijd | Meditaties in de Himalaya

En la corriente del tiempo

Meditaties in de Himalaya

Zelfs een lezer die het voorgaande werk van de dichter Germain Droogenbroodt niet bijzonder goed kent, zal meteen bij het lezen van de eerste gedichten de motieven, de stijl en vooral de onmiskenbare toon van zijn poëtische stem herkennen.

De nieuwe bundel is een hoogtepunt in een cyclus die begon met de Weg – gepubliceerd in 1998 – en die voortgezet werd met Tegenlicht in 2002.

In de stroom van de tijd

In de stroom van de tijd is een cruciale stap om – zoals Valente het schreef – door het creatieve schrijfproces een grotere, vollediger kennis te bereiken van wat ons omringt en dat, al dan niet zichtbaar, duidelijker wordt. De huidige bundel kwam tijdens twee verschillende periodes, maar op dezelfde plaats, in Niglath, een klein dorpje in het hart van de Himalaya’s, tot stand. Meteen wordt de belangrijke rol van het landschap en daarin de stroom die een eigen klank (de stem) heeft duidelijk. Soms is het een orakel, soms is het de stem van het geweten of uiteindelijk de stem die het transcendente suggereert. Maar het is steeds een stroming die in haar beweging, in haar vredige of stormachtige loop – reëel of symbolisch – naar het leven verwijst en aan de cyclus continuïteit en ritme geeft.

Ritme sereen en vreugdevol

Anders dan in de Weg is het in deze bundel het water dat ons met zijn regelmatig, muzikaal en zo suggererend ritme tot meditatie voert (soms onrustig, maar meestal sereen en vreugdevol). Vooral in het tweede gedeelte, geschreven in 2007, ontdoen zich de meditaties van hun meer cryptisch en abstract harnas om – zoals water – binnen te dringen in een gebied waar diverse stromen één stroom worden en zich verenigen met de natuur in een meer mystiek dan filosofisch proces, waarin het ik overgaat naar het andere, dat van het immanente naar het transcendente.

In vergelijk met de voorgaande bundels lijkt mij belangrijk te vermelden dat de natuurelementen de hele bundel overheersen. Dóór hen en mét hen ontstaan alle meditaties, alle pogingen tot (hoger) begrip, karakteristiek, méér nog dan in de voornoemde bundels, is er ook de benadering tot de kern van de Oosterse dichtkunst en cultuur. Het is zoals de Chinese professor Yang Hongshen tijdens een conferentie (over de Chinese publicatie van de Weg en Tegenlicht) beweerde “De herwaardering van epische en filosofische poëzie is de belangrijkste ontwikkeling in het hedendaagse internationale poëziegebeuren, en dat is het precies wat het poëtische oeuvre van Germain Droogenbroodt op schitterende wijze biedt”.

De huidige bundel

In de stroom van de tijd profileren de gedichten zich gaandeweg tot een ingehouden lyrisme, ingetogen en vatbaar, waar de natuur en het ik versmelten tot één en dezelfde stem die, in de sfeer van het niet begrijpende begrijpen van de mysticus, onderkomen vindt in een gebied waar “Alles zich verklaart/ in het onverklaarbare”. Het is, kortom, een stem die verlangt om diverse stemmen tot één stem te verenigen en, om in de stroom van de tijd, draagster te zijn van een ebbe en een vloed, gelijk een dialoog zonder einde. Dat is het precies wat in de poëtische cyclus vanaf de Weg opvalt en zich in dit boek nog veel intenser manifesteert. Het is een dialoog tussen culturen: hier overduidelijk door de aanwezigheid van Oosterse filosofen en dichters (Lao Tzu, Chuang Tzu, Lo Po of Wang Wei) en Westerse dichters (Celan, Hölderlin, Petrarca, Valente…) of de soefi Roemi enzovoort.

Poëzie en beeldende kunst

Niet minder belangrijk is de dialoog van deze poëzie met de beeldende kunst: in de Weg en Tegenlicht begeleid door tekeningen van de Indiër Satish Gupta, die alle gedichten van de Weg illustreerde, en in dit boek de potloodtekeningen van Frans Minnaert, bekend Vlaams schilder en vriend van de dichter, die bij de gedichten van deze bundel passende tekeningen maakte. Maar ook in alle andere activiteiten van de dichter is de dialoog aanwezig: die van vertaler van hedendaagse dichters uit verschillende taalgebieden, zijn lezingen die poëzie, muziek en schilderkunst integreren, zijn reizen en deelname aan internationale poëziecongressen en festivals in vreemde landen en culturen, samen met dichters en kunstenaars van diverse continenten met verschillende tradities waarvan de stemmen voor hem nooit vreemd zijn geweest, maar bekend voorkwamen en die heel zijn poëtisch oeuvre hebben begeleid.
Maar de veruit belangrijkste dialoog hier is de dialoog die ieder gedicht uit deze uitgave met de lezer aangaat. Een diepzinnige dialoog, een hoge vlucht, waardoor we – als we bekwaam zijn hem tot ons te laten dóórdringen en we ons laten meevoeren door de stroom van zijn verzen – zullen ervaren dat de kleine ‘oliedruppel’ die elk van deze gedichten is, in ons binnenste zal groeien tot hij zich zal vermengen met ons zijn en ons tegelijk zal onderdompelen in een grotere stroom die ons op een natuurlijke en aangrijpende manier naar het ‘Andere’ zal voeren. Hans-Georg Gadamer heeft het in een tekst getiteld Gedicht en dialoog precies geformuleerd: “Het gedicht leidt ons als een dialoog die zich ontwikkelt in de richting van een onbereikbare zin“. Passende woorden om deze inleiding af te sluiten en de ontmoeting van de lezer met de gedichten niet uit te stellen.

Rafael Carcelén García

De bundel is tweetalig, Spaans / Nederlands

Bestel je bundel snel – voorraad is beperkt.

Eugénio de Andrade – Het zout van de taal – O sal da Língua

voorzijde bundel Het zout van de taal
Foto van Eugénio de Andrade
Eugénio de Andrade

Eugénio de Andrade gedichten

De Andrade is een bijzonder productief dichter geweest. Vanaf 1945 publiceerde hij een dertigtal poëziebundels, poëtisch proza, kinderboeken en onder meer poëzievertalingen van Federico García Lorca, Sappho, Reverdy, René Char, Ritsos en een Antología personal de la poesia portuguesa, die reeds zes herdrukken heeft gekend, een must voor eenieder die zich in de Portugese dichtkunst wil verdiepen. Zijn poëzie is in meer­dere talen vertaald, evenwel nooit eerder in het Nederlands. Wat Het zout van de taal een primeur maakt. Het werk van deze dich­ter is wellicht de belangrijkste naoorlogse Portugese dichter. Wat Fernando Pesso was in de eerste helft van de 20e eeuw. Een waardig opvolger. De Andrade werd meermaals bekroond, onder meer met de Luis de Camoesprijs (2001), de belangrijkste literaire prijs van zijn land.

Het oeuvre na het modernisme

Het poëtisch oeuvre van De Andrade behoort tot de generatie van ná het modernisme, dat in Portugal een grote bloei kende met tijdschriften zoals Orpheu of Presença. Zijn werk is een van de meest persoonlijke en kritische stemmen van de tweede helft van de twintigste eeuw. Natuurlijk met Mario Cesariny, Antonio Ramos Rosa en Sophia de Mello Breyner Andresen biedt die generatie een ethische, mooi gecomponeerde gedichten die zich ook voor het alledaagse interesseert. Tijdschriften als Arvore, Cadernos de Poesia of Cassiopeia getuigen van deze verande­ring tijdens de jaren 1940 en 1950. Tijdens de zestigerjaren duikt een nieuwe generatie dichters op met de tijdschriften Poesia 61 en Poesia Experimental.

Eugénio de Andrade gedichten zijn primeur.

Meer poëzie uit het buitenland magnifiek vertaald door professionals.

De mooiste Japanse haiku’s deel 2 | minigedichten

Japanse haiku’s van Bashô, Buson, Issa, Shiki en andere

Voor de meeste poëzielezers zullen de Japanse haiku’s niet onbekend zijn. Deze rijmloze minigedichten, die uit 3 regels van achtereenvolgens 5-7-5 lettergrepen bestaan zijn in Japan, waar ze oorspronkelijk vandaan komen, zeer populair. Meer dan vijftig haikutijdschriften publiceren maandelijks een tachtigduizend van die kortgedichten. Een jaarlijkse oogst van bijna een miljoen gepubliceerde minigedichten.

Drieregelig dichten

Ondertussen zijn er ook heel wat Westerlingen die drieregelige verzen schrijven en in gespecialiseerde tijdschriften publiceren. In Vlaanderen is er zelfs een Haikucentrum dat het tijdschrift “Vuursteen” publiceert. Maar de authentieke haiku is in de eerste plaats ZEN-poëzie, onze voorkeur gaat daarom nog steeds naar de Japanse haiku omdat, naar onze bescheiden mening, in de meeste Westerse haiku’s meestal dat bijzondere, geraffineerde Oosterse parfum ontbreekt. Daarom hebben wij voor deze bloemlezing enkel Japanse gedichten geselecteerd en wel van de vier belangrijkste dichters. Uiteraard hebben ook andere Japanners prachtige haiku’s gecreëerd die wij in een eventuele tweede bloemlezing haiku aan het woord zullen laten.

De eerste haiku’s

Men vermoedt dat de eerste haiku’s in het begin van de 13de eeuw ontstonden uit de vroegere vorm van de mijika-uta of tanka. Deze ook vrij gedisciplineerde versvorm bestaat uit twee strofen: de kami-no-ku of “bovenstroof” die 17 lettergrepen telt (5+7+5) en de shimo-no-ku of “onderstroof” die het met 14 lettergrepen (7+7) moet doen.
Zoals hieruit blijkt is de haiku eigenlijk de “bovenstroof” van de tanka en bestaat uit 3 regels met een totaal van 17 lettergrepen. Geen lachertje dus voor de vertaler, vooral omdat Oosterse talen een sterk van de Westerse talen afwijkende structuur hebben. Nu is het zo dat zelfs Japanse haikudichters al eens van de strenge regels afwijken. Hoe vernuftig de structuur ook mag zijn, wij vinden dat de poëzie belangrijker is dan de vorm. Daarom zijn wij – zoals de meeste vertalers – enkele zeldzame keren van de perfecte haikuvorm afgeweken.

Arakida Moritake

Een van de oudste grootmeesters van de Japanse haiku’s was Arakida Moritake (1473-1549):

in de slingerroos
kwam mij vandaag voor d’ogen
mijn eigen leven.

Met amper 17 lettergrepen weet deze Shintopriester een beeld te scheppen van onze sterfelijkheid:

de slingerroos
een wilde akkerplant
die bloeit en vergaat.

Matsuo Bashô en zijn haiku’s

Matsuo Bashô (1644-1694), wordt algemeen als de vader van het drieregelig gedicht beschouwd. Hij verbleef jarenlang in een Zen-boeddhistisch klooster in Kyoto. Reeds tijdens zijn leven had hij talloze volgelingen en de invloed van zijn poëzie is tot op heden blijven bestaan al gaf hijzelf volgende raad: zoek de weg niet van de ouderen, maar zoek wat zij hebben gezocht.
De haiku’s bestaan meestal uit suggestieve impressies, die door de dichter niet zijn toegelicht. De natuur speelt de hoofdrol en de woordkeuze duidt meestal aan in welk seizoen het gebeuren zich afspeelt. Een gedicht waar het duidelijk om de lente gaat is van die andere grootmeester Tanigucho Busson: Je gaat nu heen, ach,/en de wilgen zijn zo groen/de weg is zo lang…

Tanigucho Yosa Buson (1715-1783) blies de drieregelige dichtvorm die na Bashô tot gelegenheidsrijmelarij vervallen was, weer nieuw leven in. Volgens de Japanners is zijn poëzie al even groots als die van zijn voorganger. Hij werd in een klein dorp niet ver van Osaka geboren, maar trok op jeugdige leeftijd naar Tokio waar hij zich uitsluitend met de schilderkunst en het dichten van haiku’s bezighield. Net als Bashô trok hij jarenlang door het land en vestigde zich later in Kyoto waar hij de naam Yosa Buson aannam en een resem discipelen zich rond hem schaarden. Hij werd in de Kimpukutempel van Kyoto begraven. Buson was ook een belangrijk, naturalistisch schilder, een van de belangrijkste van de Nieuw-Chinese stijl. Enkele schilderijen van hem zijn in de tempels van Kioto en Osaka te bewonderen.

Issa (1763-1827) schrijversnaam voor Kobayashi Yataro, de derde grootmeester van het kleine gedicht, werd als zoon van arme boeren geboren. Zijn moeder stierf toen hij amper drie jaar oud was. Zijn vader hertrouwde, maar de relatie met zijn stiefmoeder was zo slecht, dat hij op veertienjarige leeftijd het ouderlijke huis verliet en naar de hoofdstad trok waar hij allerlei karweien uitvoerde om zich in zijn levensbehoeften te voorzien.

Later wijzigde hij zijn naam en werd Haikaiji Nyûdô Issa-bô zu, wat ongeveer broeder Issa, lekenpriester van de haikutempel betekent. Hij nam de wandelstok en trok gedurende jaren op pelgrimstocht. Net als Bashô en Buson, was Issa tijdens zijn leven reeds een beroemde en gewaardeerde haikumeester. In tegenstelling tot de eerder ernstige filosofische gedichten van Bashô schreef hij ook een aantal eerder humoristische verzen, zoals: een winterse vlieg/ving en liet ik weer vrij maar/de kat at ze op. Het noodlot bleef hem tot aan zijn dood achtervolgen: niet alleen zijn vrouw maar ook zijn vier kinderen stierven op jeugdige leeftijd en hijzelf overleed in armoedige omstandigheden. In de zomer van 1827 brandde zijn woning helemaal af. Oud en ziekelijk bracht hij de winter door in een schuur die ramen noch verwarming had en waar hij aan ontbering overleed.

Masaoka Shiki (1867-1902) is de vierde haikumeester van deze anthologie Hij werd op het eiland Shikoku geboren en zou reeds als elfjarige poëzie geschreven hebben. Als zestienjarige trok hij eveneens naar Tokio waar hij zich intensief met de haikukunst bezighield. Zijn gezondheid was zeer labiel en op zijn eenentwintigste begonnen er zich reeds tekenen van tuberculose voor te doen. Hij schreef voor diverse haiku-tijdschriften en gaf zelf “Hototogisu” (koekoek) uit. Weldra verzamelde zich een hele groep haikudichters rond hem en vormden een nieuwe haikuschool die zich de nihon-ha noemde. Shiki stierf amper vijfendertig jaar oud.

De vertaling van een gedicht kan nooit als het origineel zijn, alleen reeds door het feit dat ieder taal een eigen klankkleur heeft.Daarom hebben wij naast een groot aantal gedichten de Japanse versie afgedrukt. Bij het vertalen van Oosterse talen is het probleem nog groter en dient de vertaler – opdat het resultaat een gedicht en geen gedrocht zou zijn – grotere vrijheid te nemen, nóg grotere in het geval van de zo gedisciplineerde haikuvorm. Ik vertaalde in samenwerking met Chinese en Koreaanse dichters Chinese en Koreaanse poëzie die in de POINT-reeks gepubliceerd werden, maar pas na al die jaren heb ik het gewaagd, bijgestaan door een aantal specialisten, de beste haiku’s van deze vier grootmeesters te herdichten. Ik hoop dat deze Japanse vuurvliegen zullen zijn als het murmelen van de bron na middernacht.  Of als het fonkelen van de berg na zonsondergang.

Eerder verscheen deel 1 van De mooiste Japanse gedichten.

Geniet van deze minigedichten.