Koreaanse poëzie | De tijd is een reiziger | Droogenbroodt

voorzijde van de bundel De tijd is een reiziger

Koreaanse poëzie, modern en klassiek

Meer dan 35 jaar geleden bezocht ik voor het eerst Zuid-Korea waarover men hier in het Westen alleen hoort als zijn noorderburen alweer eens met kernwapens dreigen. Vooral voor de natuurliefhebber die het massatoerisme wil ontvluchten heeft dat mooie land veel te bieden.

De herfstkleuren op de berghellingen met hier en daar een boeddhistische tempel zijn een verrukking voor het oog. Ik heb het land talloze keren bezocht en maakte er vrienden. Als dichter werd ik er op meerdere internationale poëziefestivals geïnviteerd en leerde er de belangrijkste, nog levende dichters kennen, die mij hun poëziebundels schonken en mij niet alleen de moderne maar ook de klassieke Koreaanse poëzie leerden kennen, waaronder de in het Chinees geschreven gedichten, de liefdesgedichten van de kisaeng (de Koreaanse geisha), alsook de sijo, het typisch Koreaanse kortgedicht.

In de vorige publicatie heb ik mij uitsluitend tot moderne dichters beperkt waarvan ik er meerdere persoonlijk heb gekend. Niet alleen in de oudere, ook in de moderne Koreaanse poëzie is de natuur goed vertegenwoordigd. Uiteraard ook de eeuwige thema’s zoals de liefde en de onvermijdelijke dood. Kim Sowŏl, ’s lands meest geliefde dichter, bezingt zoals geen ander zowel de licht als de schaduwzijden van de liefde.

De jongere dichteres Kim Namjo doet dat op haar heel eigen manier, net als dichter-schilder Cho Byung-hwa in het prachtige kleingedichtje “Dag en nacht”. Eerder ongewoon voor de westerse lezer, vooral dan in de Nederlandstalige poëzie, gaan de gedichten over oorlog, bezetting en verbanning.

Koreaanse oorlog

Het schiereiland werd vanaf 1910 tot na de Tweede Wereldoorlog door de Japanners bezet. Daarna volgde de Koreaanse oorlog die tussen 1950 en 1953 woedde en twee miljoen mensenlevens zou kosten. Een broedermoord tussen Noord- en Zuid-Koreanen, waarvan de wreedheid en de zinloosheid onder andere in het mooie gedicht “Hier rust een vijandelijke soldaat” van Cho Ji hoon uitgedrukt wordt.

Maar ook de mystiek duikt met regelmaat in sommige verzen op. Korea is niet alleen een boeddhistisch land, diverse moderne dichters hadden ook de klassieke Chinese culturen bestudeerd. Na de wreedheden, door de Japanners begaan en de gruwel van de Koreaanse oorlog, zou het nog jaren duren voor Zuid-Korea een democratisch land zou worden.

Na dagenlange bloedige gevechten tussen politie en studenten met als inzet een eis tot democratisering en opheffing van de staat van beleg. liet op 27 mei 1980 de nieuwe regeringsleider Park Choong Hoon in de stad Gwangju het leger de volksopstand bloedig neerslaan, waarover het gedicht “Kumnanstraat” van de bekende hedendaagse dichter Ko Un bericht.

Vertaling of herdichting

Voor de vertaling in het Nederlands hebben meerdere Koreaanse vrienden waardevolle informatie verstrekt. Dat af en toe dichterlijke vrijheden nodig, ja noodzakelijk waren, is evident. De Koreaanse syntaxis is zo verschillend van de Nederlandse (geen grammaticaal geslacht, geen lidwoorden, geen onderscheid tussen enkelvoud en meervoud, enzovoort), dat hier eerder het woord herdichting dan vertaling, de lading dekt.

Bij het omzetten heb ik gepoogd de zegging zo goed als mogelijk te respecteren. Maar ook, omdat het hier meestal om zeer lyrische verzen gaat, ze enige muzikaliteit mee te geven, erop lettend zoveel als mogelijk de Oosterse eigenheid te bewaren. Er is praktisch geen vertaling van deze poëzie voorhanden. Daarom hoop ik met deze poëtische reis in de Koreaanse tijd menig poëzieliefhebber te kunnen boeien.

Germain Droogenbroodt

Meer lezen over vertaalde poëzie? Wat dacht u van de dichter Mahmoed Darwisj

Poëziebundel | De Weg van het Zijn / El Camino del Ser

omslag van De weg van het zijn van Germain Droogenbroodt

Poëziebundel van Germain Droogenbroodt

De Weg van het zijn, de nieuwste dichtbundel van Germain Droogenbroodt, vormt een keerpunt in zijn reeds lange carrière met zestien dichtbundels, gepubliceerd in een dertigtal landen en in talloze internationale bloemlezingen. Hoewel we in de drie delen die de bundel vormen verschillende thematische benaderingen en interesses aantreffen. Ze komen allemaal samen in die ruggengraat die de suggestieve stijl vormt die de poëzie van deze dichter onmiskenbaar maakt.

Het eerste deel, waarmee de bundel opent

Het voert ons terug naar het meest meditatieve deel van zijn vorige poëzie, waar het licht van de dageraad, de vlucht van vogels los van aardse dingen, het opengaan van bloemen, het wonderbaarlijke kloppen van het hart … allemaal leiden tot een sereen en vredig panorama. En zoals diezelfde dageraad, gebied van het onvoorziene, van wat altijd komt, zo weet de dichter, “met woorden/ die alleen de stilte/ weet uit te drukken”, ook niet welke verzen zullen verschijnen.

Scheppen is het verkrijgen van visie, helderheid, die de poëzie biedt en die niet alleen “onderdak / voor het woord” is. Het gedicht wordt dan die brug die het innerlijke weer met het uiterlijke verbindt. De dichter, de mens, met de natuur.

Het centrale deel van de poëziebundel

In Getuigen van een tijd, niet toevallig het centrale deel van het boek, is de tegenpool van al het voorgaande. Kijken we naar de rauwe werkelijkheid waarin we leven: menselijke vervreemding (entertainment) en controle (bewaking door digitale apparaten) in deze technocratische wereld, waarin ook de ijdelheid en de haat die zo welig tieren in de sociale netwerken, de kwelling van de discursieve communicatie, van de argumentatie of zelfs van het persoonlijke denken zelf vertegenwoordigen: anderen (een robot, een chip) denken uiteindelijk voor ons.

Gedichten die zinspelen op het verstrijken van de tijd

En met deze lijdensweg is de democratie dodelijk verwond en kijkt in de afgrond van de totalitaire horizon. Depersonalisatie, aantasting van het milieu, angst en psychische aandoeningen … brengen ons ertoe ons af te vragen “Maar is dan een leven/dat niet menswaardig is/nog leven?”

In Zonder wederkeer, het derde en laatste deel van de poëziebundel, vinden we gedichten die zinspelen op het verstrijken van de tijd en onze vergeefse weerstand om die tegen te houden, op het vergankelijke en het veranderende, op onze kwetsbaarheid en de ups en downs van het leven, op de vluchtigheid ervan, op het niet terugkeren van wat al geleefd is, behalve in de herinnering; op de herfst van de mens en zijn onvermijdelijke weg naar de dood. Een dood die, los van de ongelijkheid waarin we leven, ons definitief gelijk maakt. De dood die soms ook pijnlijk is, en in de meest absolute eenzaamheid, zoals bij degenen die in het ziekenhuis aan covid sterven: “En niemand die aanklopt/niemand die je verwacht/niemand, behalve de dood”. De poëziebundel sluit af met enkele gedichten over de despotische invasie en oorlog in Oekraïne: alle gruwel van extreem geweld en vernietiging in het beeld van een strop om de nek van de vredesduif, onze meest menselijke hulpeloosheid, en kwetsbaarheid.

Na lezing lijkt het duidelijk dat de dichter ons door contrast laat zien hoe de werkelijkheid waarin wij nu leven is en hoe het zou moeten zijn om een werkelijk waardig leven te kunnen leiden. Terwijl de zoektocht van de mens hem naar het licht zou moeten leiden (zoals een van de openingsgedichten van het boek uitdrukt), leidt de werkelijkheid waarvan we getuige zijn ons, via de ondergrondse tunnels van de technocratische mol, naar de meest angstaanjagende duisternis. Als er één ding is dat Germain Droogenbroodt niet verliest, zoals dichters nooit hebben verloren, dan is het wel de hoop:

alhoewel men toch weet
of verwacht
dat na de regen
de zon weer verschijnt

zo blijft de mens vertrouwen en hopen – zoals de vogels van de winter – op de komst van betere tijden. Dat is zijn laatste vers in het boek, zijn voorspelde horizon, zijn grootste verlangen in deze barbaarse tijden. Dat is, of zou moeten zijn, de Weg van het Zijn.

Leestips: de andere poëziebundels van Germain Droogenbroodt
Ontschaduwd licht
De efemere bloem van de tijd

button inkijkexemplaar in groen
Voor een eerste indruk

 

 

Conosci il tuo paese? Meditazioni sul Lago di Como | Poesia

omslag voorzijde conosci il tuo paese

Maria Nivea Zagarella  nata a Francofonte (SR) nel 1946, laureata in lettere classiche all’Università La Sapienza di Roma, è stata ordinaria di italiano e latino al Liceo classico Gorgia di Lentini (SR), dove ha insegnato dal 1969 al 2004.

Ha pubblicato in lingua: Assiomi 81 (poesie,1981); Sequenza (dramma sacro,1988); Variazioni (poesie,1989); La farfalla e il mare (poesie,1992); Jacopo notaro e il laicismo fridericiano (saggio,1994); La lanterna magica (racconti, 2007); Oltre l’isola (saggi, 2007); Dove volano i gabbiani (poesie, 2010); Sussurri (fuori giro) del tramonto (poesie, 2013); Elzeviri (articoli, 2014); Tra rigore e passione – Interventi di critica militante (elzeviri, 2018); Eredità (poesie, 2019); Il tesoro di Rosanna e Francesco (racconto illustrato per ragazzi, 2019. In dialetto siciliano: Mbò Larimbò (La Sagra dei misteri, sacra rappresentazione bilingue e Lumiricchi, poesie,1996); Scacciapinzeri (poesie, 1999); Memoria e Strammarii (poesie, 2005); U rologgiu re nichi (poesie, 2010); Forajocu a la cuddata (poesie, 2013); La puisia di Maria Nivea Zagarella/The Poetry of Maria Nivea Zagarella (A trilingual anthology, Sicilian/Italian/English), New York, 2017; Scacciapinzeri (traduzione in spagnolo, Universitad Nacional de Rosario, Argentina, 2018); Ncuntràiu lu mari (poesie, 2019).

I numerosi articoli e saggi critici scritti dal 2002 al 2021 editi in volume o sparsi su vari periodici, anche online, riguardano autori stranieri, italiani e siciliani in lingua e in dialetto.  Dal 2006 collabora con la pagina culturale del quotidiano La Sicilia di Catania. Il dramma sacro Sequenza è stato rappresentato in scuole e circoli culturali e radiodiffuso da RaiDue.

Het gevleugelde woord deel 2 – buitenlandse poëzie

Het gevleugelde woord deel 2 is ssamengesteld door Germain Droogenbroodt.

Bloemlezing moderne buitenlandse poëzie

Het gevleugelde woord deel 1 is een bloemlezing van de mooiste internationale poëzie die tussen 1984 en 1994 in de wekelijkse gedichten reeks zijn verschenen. De uitgave was een groot succes. In de voorverkoop was het boek volledig uitverkocht.

De gedichten deze bloemlezing zijn uiteraard niet dezelfde als die van deel 1, de bundel is ondertussen herdrukt. De gedichten uit Het gevleugelde Woord deel 2 zijn geselecteerd uit alle bundels die POINT heeft geselecteerd in 1984 tot en met 2000.

Poëzie is van alle wegen de tegenweg, van alle wegen de weg, schreef de Vlaamse dichter Annie Reniers. POINT is altijd van de tegenweg geweest. Er is vaak voor poëzie gekozen welke nooit eerder in het Nederlands vertaald waren. Zoals poëzie van de belangrijkste dichters uit Bosnië, Catalonië, Bulgarije, Haïti, Korea, Taiwan, IJsland en ga zo maar door. De bundels waren dan ook vaak exclusief en exotisch.

De moeite van het lezen waard. Kijk ook naar alle POINT-bundels.

Geniet van de poëzie op point-editions.com de gedichten worden elke vertaald in 31 talen.

Omdat er niets mooiers bestaat | Rose Ausländer

Omdat er niets mooiers bestaat omslag van Rose Auslander

Prachtige poëziebundel van Rose Ausländer

Rose Ausländer werd op 11 mei 1901 geboren als Rosalie Ruth Scherzer in Czernowitz. Deze stad heet nu Chernivtsi en ligt in de westelijke Oekraïne aan de oevers van de rivier de Proet. Toen Ausländer er woonde, was de stad een cultureel bloeiende universiteitsstad in Oostenrijk-Hongarije. Er woonden mensen van vele volkeren en er werden dagelijks meerdere talen gebruikt. Hier of in de er omheen liggende Boekowina werden opmerkelijk veel dichters en schrijvers geboren, waarvan Paul Celan de bekendste is, maar Alfred Margul-Sperber, Rose Ausländer, Moses Rosenkranz, Alfred Kittner en Selma Meerbaum-Eisinger zijn andere namen, die in Nederland bijna onbekend zijn, maar erbuiten als hoogtepunten van een verloren gegane joodse cultuur in Oost-Europa genoemd worden. De documentaires van de filmregisseur Volker Koepp (Dieses Jahr in Czernowitz; Herr Zwilling und Frau Zuckermann) hebben de laatste restjes van deze Duitstalige cultuur vastgelegd.

Rose Ausländer en familie is niet honkvast

Met het orthodoxe Oost-Europese Jodendom heeft Ausländers werk echter niets te maken. Haar vader was een vrijdenkend koopman die getrouwd was met een liberaal-joodse uit Berlijn. In 1916 vlucht de familie voor het eerst weg uit Czernowitz, via Boedapest naar Wenen. In 1919 keerde de familie naar de inmiddels Roemeens geworden Boekowina terug. Haar vader sterft in 1920 en omdat het de  moeder niet lukte om de hele familie te onderhouden, emigreert Rose naar familie in Winona in het Midwesten van de USA. Daar houdt ze het echter niet lang uit, trekt naar New York in 1922 en huwt haar oude studiegenoot Ignaz Ausländer. Drie jaar later gaan ze uiteen, het huwelijk is pas in 1930 ontbonden. Ze werkt als secretaresse en vertaalster en ook in een chemische fabriek. In 1931 keert ze naar Czernowitz terug,  vooral omdat de gezondheid van haar moeder sterk achteruit gaat. Haar eerste, nog rijmende gedichten verschijnen in 1939 als boek: Der Regenbogen.

Czernowitzer joden gedood, Rose Ausländer overleefd

In 1941 bezetten Duitse troepen de stad en Ausländer wordt in een ghetto opgesloten. Daar ontmoet ze een paar keer Paul Celan. 55.000 Czernowitzer joden vinden de dood, maar zij overleeft samen met haar moeder, broer en diens familie. In 1946 vertrekken ze naar Boekarest en daarom emigreert Ausländer voor een tweede keer naar de USA. Haar moeder sterft voordat ze haar kan laten overkomen. Ausländer voelt zich een vreemde in New York, trekt zich terug in emigrantenkringen en schrijft gedichten in het Engels. Ze heeft heimwee naar haar moederland, de taal. In 1957 maakt ze een grote reis door Europa en ontmoet in Parijs opnieuw Paul Celan, die haar nieuwe stijl gedichten waardeert en haar zelfvertrouwen sterkt. In 1963 keert ze definitief terug naar Europa, vanaf 1965 leeft ze in Duitsland. Sinds 1972 woont ze in het bejaardenhuis van de joodse gemeenschap in Düsseldorf, genoemd naar Nelly Sachs, die voor haar poëzie de Nobelprijs kreeg. Sinds 1978 is ze bedlegerig en leeft ze in een zelfgekozen eenzaamheid. Ze schrijft bundel na bundel. In januari 1988 sterft ze. In totaal heeft ze meer dan 2500 gedichten geschreven.

Eenvoud van taal en beeldspraak

Vanwege haar Holocaust-ervaring is Ausländer vaak in een naam genoemd met Celan en Sachs. Maar haar werk is totaal verschillend. Voor Nelly Sachs’ meesterlijke gedichten moet je veel tijd nemen om ze te lezen en een grote kennis van het Oude Testament en het joodse gedachtegoed meebrengen om de diepe levenswijsheid en de rouw om het joodse volk in detail te kunnen begrijpen. Celans hermetische werk vereist eveneens veelvoudige lezing om de betekenis te kunnen doorgronden. Ausländers gedichten daarentegen schitteren door eenvoud van taal en beeldspraak. Een schijnbare eenvoud, want het is uitermate moeilijk om zo helder te kunnen schrijven. De boodschap van liefde en broederschap raakt de lezer. Daarom kan ze eerder met Hilde Domin of Reiner Kunze vergeleken worden. In hun werk staat de medemens centraal en hoe we daarmee omgaan/zouden moeten omgaan. Om die reden is de waardering bij poëzielezers groot. Het is het belangrijk dat Ausländers poëzie nu voor het eerst ook in het Nederlands ter beschikking staat.

Lees ook andere poëzie op booxstore. 

Voor Duitstalige boeken van Rose Ausländer vindt u bij bol.com

de Weg, poëzie | el Camino, poesia | Nederlands-Spaans

omslag van de bundel de weg

“De weg is bestendig daadloos en toch is er niets, dat niet gedaan wordt”

De Weg een mooi bundel met illustraties

De titel de Weg verwijst onder andere naar het Taoïsme en men zou een aantal gedichten als Yin, andere als Yang kunnen catalogeren, wat evenwel de lading zeer onvolledig zou dekken. Veeleer is de bundel een lang gedicht, een poëtische meditatie. Germain Droogenbroodt die meer dan vijftig keer in het Verre Oosten verbleef en onder meer Chinese en Koreaanse poëzie vertaalde.

Van Griekse mythologie tot Zenboeddhisme

De Weg bevat verwijzingen naar de Griekse mythologie, zoals bijvoorbeeld naar Pegasus, het gevleugelde paard met de gouden teugel, dat door zijn hoefslag bronnen deed ontstaan, of naar Nyx, godin van de nacht en dochter van Chaos. Maar de bundel bevat eveneens verwijzingen naar het Hindoeïsme en naar het Zenboeddhisme, naar de ‘Poortloze Poort’, een ingebeelde poort, waardoor men heen moet om ‘de weg’ te bereiken. De meeste gedichten zijn in India geschreven, wat uiteraard sporen nalaat.

Verleden, heden en toekomst

De Weg kis als de weg van de mens, zijn verleden, zijn heden en zijn – onvoorspelbare – toekomst. Maar het is ook de weg van de dichter zelf: een neergeschreven, allerpersoonlijkst ervaren van diverse culturen, godsdiensten en filosofieën, waarin Westers denken in harmonie met Oosters ideeëngoed in de oude, nog steeds actuele, of in een nieuwe, hedendaagse context en levenservaring worden geplaatst.

Koop deze tweetalige bundel, Spaans-Nederlands. Net verschenen Poëzie zonder grenzen.

“MAAR. Er is geen schaduw groter dan het licht.”

Haiku gedicht deel 1 | drieregelig Japans gedicht

haiku gedicht

Japanse haiku de mooiste nu in een bundel

Het haiku gedicht zal voor de meeste poëzielezers niet onbekend zijn. Deze rijmloze driedelige Japanse gedichten, die achtereenvolgens 5-7-5 lettergrepen bestaan zijn in Japan, waar ze oorspronkelijk vandaan komen, zeer populair. Meer dan vijftig haiku tijdschriften publiceren maandelijks een tachtigduizend van die gedichten, een jaarlijkse oogst van bijna een miljoen gepubliceerde minigedichten. De Japanse haiku’s zijn nu in het Nederlands gebundeld.

Haiku gedicht

Ondertussen zijn er ook heel wat Westerlingen die drieregelige verzen schrijven en in gespecialiseerde tijdschriften publiceren. In Vlaanderen is er zelfs een Haikucentrum dat het tijdschrift “Vuursteen” publiceert. Maar de authentieke haiku is in de eerste plaats ZEN-poëzie, onze voorkeur gaat daarom nog steeds naar de Japanse haiku, omdat naar onze bescheiden mening, in de meeste Westerse haiku’s meestal dat bijzondere, geraffineerde Oosterse parfum ontbreekt. Daarom hebben wij voor deze bloemlezing alleen Japanse gedichten geselecteerd en wel van de vier belangrijkste dichters. Uiteraard hebben ook andere Japanners prachtige haiku’s gecreëerd die wij in een eventuele tweede bloemlezing haiku aan het woord zullen laten.

De Japanse dichtvorm: haiku gedicht

Men vermoedt dat de eerste haiku’s in het begin van de 13de eeuw ontstonden uit de vroegere vorm van de mijika-uta of tanka. Deze ook vrij gedisciplineerde versvorm bestaat uit twee strofen: de kami-no-ku of “bovenstroof” die 17 lettergrepen telt (5+7+5) en de shimo-no-ku of “onderstroof” die het met 14 lettergrepen (7+7) moet doen. Zoals hieruit blijkt is de haiku eigenlijk de “bovenstroof” van de tanka en bestaat uit 3 regels met een totaal van 17 lettergrepen. Geen lachertje dus voor de vertaler, vooral omdat Oosterse talen een sterk van de Westerse talen afwijkende structuur hebben. Nu is het zo dat zelfs Japanse haikudichters al eens van de strenge regels afwijken. Hoe vernuftig de structuur ook mag zijn, wij vinden dat de poëzie belangrijker is dan de vorm. Daarom zijn wij – zoals de meeste vertalers – enkele zeldzame keren van de perfecte haikuvorm afgeweken.

Arakida Moritake de eerste

Een van de oudste grootmeesters van het genre was Arakida Moritake (1473-1549):
in de slingerroos
kwam mij vandaag voor d’ogen
mijn eigen leven.
Met amper 17 lettergrepen weet deze Shintopriester een beeld te scheppen van onze sterfelijkheid: de slingerroos, een wilde akkerplant die bloeit en vergaat.

Matsuo Bashô

Matsuo Bashô (1644-1694), wordt algemeen als de vader van het drieregelig haiku gedicht beschouwd. Hij verbleef jarenlang in een Zen-boeddhistisch klooster in Kyoto. Reeds tijdens zijn leven had hij talloze volgelingen en de invloed van zijn poëzie is tot op heden blijven bestaan al gaf hijzelf volgende raad: zoek de weg niet van de ouderen, maar zoek wat zij hebben gezocht.
Zoals men zal merken bestaan deze Japanse dichtvorm meestal uit suggestieve impressies, die door de dichter niet worden toegelicht. De natuur speelt de hoofdrol en de woordkeuze duidt meestal aan in welk seizoen het gebeuren zich afspeelt. Een gedicht waar het duidelijk om de lente gaat, is van die andere grootmeester Tanigucho Busson:
Je gaat nu heen, ach,
en de wilgen zijn zo groen
de weg is zo lang…

Tanigucho Yosa Buson

Tanigucho Yosa Buson (1715-1783) blies de drieregelige dichtvorm die na Bashô tot gelegenheidsrijmelarij vervallen was, weer nieuw leven in. Volgens de Japanners is zijn poëzie al even groots als die van zijn voorganger. Hij werd in een klein dorp niet ver van Osaka geboren, maar trok op jeugdige leeftijd naar Tokio waar hij zich uitsluitend met de schilderkunst en het haiku gedicht bezighield. Net als Bashô trok hij jarenlang door het land en vestigde zich later in Kyoto waar hij de naam Yosa Buson aannam en een resem discipelen zich rond hem schaarden. Hij werd in de Kimpukutempel van Kyoto begraven. Buson was ook een belangrijk, naturalistisch schilder, een van de belangrijkste van de Nieuw-Chinese stijl. Enkele schilderijen van hem zijn in de tempels van Kioto en Osaka te bewonderen.

Issa en zijn haiku’s Issa (1763-1827)

Schrijversnaam voor Kobayashi Yataro, de derde grootmeester van het kleine gedicht, werd als zoon van arme boeren geboren. Zijn moeder stierf toen hij amper drie jaar oud was. Zijn vader hertrouwde, maar de relatie met zijn stiefmoeder was zo slecht, dat hij op veertienjarige leeftijd het ouderlijke huis verliet en naar de hoofdstad trok waar hij allerlei karweien uitvoerde om zich in zijn levensbehoeften te voorzien.

Later wijzigde hij zijn naam en werd Haikaiji Nyûdô Issa-bô zu, wat ongeveer broeder Issa, lekenpriester van de haikutempel betekent. Hij nam de wandelstok en trok gedurende jaren op pelgrimstocht. Net als Bashô en Buson, was Issa tijdens zijn leven reeds een beroemde en gewaardeerde haikumeester. In tegenstelling tot de eerder ernstige filosofische gedichten van Bashô schreef hij ook enkele eerder humoristische verzen, zoals: een winterse vlieg/ving en liet ik weer vrij maar/de kat at ze op. Het noodlot bleef hem tot aan zijn dood achtervolgen: niet alleen zijn vrouw, maar ook zijn vier kinderen stierven op jeugdige leeftijd en hijzelf overleed in armoedige omstandigheden. In de zomer van 1827 brandde zijn woning helemaal af. Oud en ziekelijk bracht hij de winter door in een schuur die ramen noch verwarming had en waar hij aan ontbering overleed.

Masaoka Shiki (1867-1902) de vierde haikumeester van deze anthologie, werd op het eiland Shikoku geboren en zou reeds als elfjarige poëzie geschreven hebben. Als zestienjarige trok hij eveneens naar Tokio waar hij zich intensief met de haikukunst bezighield. Zijn gezondheid was zeer labiel en op zijn eenentwintigste begonnen er zich reeds tekenen van tuberculose voor te doen. Hij schreef voor diverse haikutijdschriften en gaf zelf “Hototogisu” (koekoek) uit. Weldra verzamelde zich een hele groep haikudichters rond hem en vormden een nieuwe haikuschool die zich de nihon-ha noemde. Shiki stierf amper vijfendertig jaar oud.

Vertalen of herdichten van de Japanse dichtvorm

De vertaling van een gedicht kan nooit als het origineel zijn, alleen al door het feit dat ieder taal een eigen klankkleur heeft. Daarom hebben wij naast een groot aantal gedichten de Japanse versie afgedrukt. Bij het vertalen van Oosterse talen is het probleem nog groter en dient de vertaler – opdat het resultaat een gedicht en geen gedrocht zou zijn – grotere vrijheid te nemen, nóg grotere in het geval van de zo gedisciplineerde haikuvorm. Ik vertaalde samen met Chinese en Koreaanse dichters Chinese en Koreaanse poëzie die in de POINT / Boekenplan-reeks gepubliceerd werden, maar pas na al die jaren heb ik het gewaagd, bijgestaan door enkele specialisten, de beste Japanse haiku’s van deze vier grootmeesters te herdichten. Hoe onmogelijk de taak ook is, ik hoop dat deze Japanse vuurvliegen zullen zijn als het murmelen van de bron na middernacht, als het fonkelen van de berg na zonsondergang.

GERMAIN DROOGENBROODT

De mooiste Japanse haiku’s zijn nu verkrijgbaar, bestel nu

Deel 2 van De mooiste Japanse haiku’s nu ook verkrijgbaar

De auteur/vertaler noemt zijn vertalingen ‘herdichtingen’  vanwege de grote afstand tussen de oorspronkelijke taal en de onze; hij heeft hiervoor gekozen, omdat hij noodzakelijkerwijze een grotere marge van vrijheid moest nemen, opdat het origineel geen onrecht zou worden gedaan bij slechts woordelijk vertalen.

NBD

In deze bundel zijn tweederde van de Japanse haiku’s vergezeld met de oorspronkelijke tekst. Een verzameling dus (van ruim 200) die studenten Japans zeker op prijs zullen stellen.

 

Dauwdruppels – 100 haiku is bijzonder doordat de haiku in meerdere talen zijn uitgegeven. Lees nu verder.

Als een vlinder een gedicht wordt

Moderne Macedonische poëzie

Literatuur uit Macedonië

Een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Macedonische literatuur in een meer evolutionair gerichte constellatie begon na de Tweede Wereldoorlog met de codificatie van de Macedonische taal. De poëzie biedt als eerste de mogelijkheid de nieuwe omstandigheden weer te geven en is in staat om in relatief korte tijd een attractief fenomeen van ons literaire leven te worden.
Vanaf de grondlegger van de hedendaagse Macedonische poëzie (en van de literatuur in het algemeen), Kocho Racin (1909 – 1943) en van zijn poëtische werk Beli Mugri (White Dawns) –
tot op de dag van vandaag, drukt deze poëzie een individuele, originele en bijzondere stempel op de kaart van de Europese en van wereldliteratuur. Verschillende ontwikkelingsstadia zijn daarbij de revue gepasseerd zoals: het sociaal realisme (in de eerste naoorlogse jaren), het intimisme (in de periode eind veertig- begin vijftiger jaren), het modernisme (van midden vijftiger jaren tot midden zestiger jaren), het neonsymbolisme (eind zestiger jaren) en tenslotte het postmodernisme (vanaf eind zestiger jaren tot de huidige tijd).

hedendaagse Macedonische dichters

Met betrekking tot wat men noemt “het grote avontuur” van de hedendaagse Macedonische dichters en de metamorfose van de huidige Macedonische poëzie zien we veranderingen zoals van collectief naar subjectief schrijven, van retorisch naar emotioneel schrijven, van beeldsprakig en gevisualiseerde poëtische expressie naar een akoestische kwaliteit van het gedicht, van een metaforisch model naar metonymisch, van esthetisch monisme naar meer esthetisch pluriform. En dit alles werd gelijktijdig bereikt met aan de ene kant de handicap van de verloren poëzie samenhang en aan de andere kant de geleidelijke literaire synchronisatie met de rest van de Slavische-, de Europese- en de wereldliteratuur. De huidige postmodernistische tijd (die de periode omvat van de laatste 20 jaar van de onafhankelijkheid van de republiek Macedonië) geeft de poëzie op een specifieke manier weer. Heden ten dagen kunnen we niet een overheersende poëzietrend onderscheiden, een leidende kunstvorm of een bepaalde trend in het systeem van de nieuwe Macedonische poëzie. Daarbij moeten we het pluralisme aan ideeën en emoties in aanmerking nemen als een algemeen determinant van de relatie van het onderwerp naar de buitenwereld. Natuurlijk, in het wezen van de poëzie is deze determinant uitgebeeld als een pluralisme van de expressie en de uit te dragen boodschap. In de “Babylonische spraakverwarring” van de hedendaagse Macedonische dichters kan men diverse modellen van poëtische verhandelingen, verschillende poëziebrieven met verschillende gevoelens en volledig individuele uitdrukkingen herkennen.

Macedonische poëzie en gedichten

Ondanks alles groeide “de harmonie van diversiteit” naar een bepalende factor voor het ontstaan van een open en paradigmatische poëtisch Pantheon onder wier dak velen verbleven: Mateja Matevski (1929), Vlada Uroshevik (1934), Mihail Rendzov (1936), Ivan Chapovski (1936), Jovan Pavlovski (1937), Svetlana Hristova – Jocik (1937), Radovan Pavlovski (1937), Bogomil Gjuzel (1939), Petko Dabeski (1939), Gordana Mihailova – Boshnakoska (1940), Domitar Bashevski (1943), Risto Vasilevski (1943), Todor Chalovsli (1945), Eftim Kletnikov (1946), Mile Nedelkovski (1946), Petre Bakevski (1947), Sande Stojcevski (1948), Vele Smilevski (1949), Risto Lazarov (1949), Rade Siljan (1950), Katica Kjulavkova (1951), Vesna Acevska (1952), Liljana Dirjan (1953), Branko Cvetkoski (1954), Vera Chejkovska (1954), Zoran Anchevski (1954), Jordan Danailovski (1957), Ivan Dzeparoski (1958), Slave Gjorgjo Dimoski (1959), Bratislav Tashkovski (1960), Jovica Ivanovski (1961), Sasho Gigov – Gish (1968), Igor Isakovski (1970), Lidia Dimkovska (1971), Nikola Madzirov (1973) en vele andere.
Juist in de afgelopen periode, (een periode van overgang) heeft de Macedonische poëzie- wereld enkele van zijn grondleggers en oorspronkelijke schrijvers verloren: Blazhe Koneski (1921-1993), Chedo Jakimovski (1940-1993), Slavko Janevski (1920-2000), Jovan Koteski (1932-2001), Ante Popovski (1931-2003), Petre M. Andreevski (1934-2006), Petar T. Boshkovski (1936-2006) en Gane Todorovski (1929-2010).

Hoewel de genoemde auteurs tot de “dode dichters sociëteit” zijn overgegaan, bleef hun werk een blijvende erfenis voor de nog komende Macedonische generaties- voor het heden en de toekomst – en voortlevend in de historie. Aan de andere kant is de Macedonische poëziehemel verrijkt met een nieuwe jonge generatie, die ongetwijfeld onze poëzie waarborgen met een schitterende toekomst. De eerste indruk is dat in de afgelopen paar jaar de balans merkbaar is tussen de mannelijke en de vrouwelijke poëtische boodschap, dit in tegenstelling met de traditionele overheersing van de mannelijke literaire uitoefening. Echter, als het gaat om de algemeen voorkomende opvattingen onder jonge schrijvers, ligt de nadruk meer op het feit dat zij creatief aarden naar de gezette traditie van de hedendaagse klassieken van de Macedonische poëzie en naar de reeds vastgelegde en door hen aangehangen voorbeelden zoals metaforische poëzie (R. Pavlovski), folkloristisch-poëtische uitdrukkingsvorm (B. Koneski), referentiële poëzie (G. Todorovski), auto-referentiële dialoog (A. Shopov), zwarte humor (S. Janevski), alsook de bijzondere beheerste poëtische expressie (M. Matevski), en verder weg van huis, stedelijk sensitivisme en de poëzie van de wondere ontdekkingen (V. Uroshevik), vervolgens opstandige poëzie B. Gjuzel) of de contemplatieve, geïntellectualizeerde poëzie (J. Pavlovski), het wetenschappelijk traktaat (V. Chejkovska), metapoëzie en erotiek (K. Kjulavkova en L. Dirjan).

Een speciaal stijlmotief in de hedendaagse Macedonische poëzie is de dialoog met andere literatoren. Het gedicht echter, net als ieder kunststuk, staat open voor een verbinding met teksten uit het verleden en toekomstige teksten in een vastgelegd keten van gerelateerde connecties en referenties. Zo’n verwonderlijk spel, een dialoog met de lectuur, kan men bijna bij al onze dichters vinden zoals: citaten en duidelijke uitdrukkingen voor de literaire voorvaderen die in het poëtisch denkbeeld van de auteur sporen, symbolen of parafrasen hebben achtergelaten. En op deze wijze de hedendaagse Macedonische poëzie lezend ontdekt men: toespelingen op Goethe’s Faust (“Wens” van G.Todorovski), poëtische herinterpretaties van Aristoteles’ stelling over het ontstaan van de tragedie (“De geboorte van de tragedie” door Matea Matevski) of de beeldspraak (“Sint George en de draak” van L. Dirjan); verder met een nauwgezette weergave het fascinerende drieluik van de Vlaamse schilder H. Bosch (“Hieronymus Bosch: De tuin der lusten” door V. Uroshevik). Maar men ontdekt meer zoals het opnieuw actueel maken van Bijbelse onderwerpen (“Inscriptie in een klooster” door R. Pavlovski), en ook gedurfde reconstructies van historische gebeurtenissen (“Barbaren in Delos” door B. Gjuzel) of een nieuwe originele interpretatie van de mythe (“Odisseus: om niet te laat te komen” door K. Kjulavkova of “Nieuwe Argonauten” door V. Acevska, “Osiris” door L. Dirjan), tot zelfs expliciete of impliciete intertekstuele uitingen (“De dochter van Don Quichot” door L. Dimkovska en “Schaduwen lopen ons voorbij” door N. Madzirov waarvan de titel een citaat is van de poëzie van Lucian Blaga). Feitelijk voert, van Aristoteles tot Borges, deze jongste tendens de poëzie tot de hoogste interdisciplinaire sferen van de menselijke geest, in de literatuur bekend als ‘meta-wetenschap’.

 

Het systeem van cultureel leven is open in al haar structuren en voor alle experimenten die van buitenaf komen waarbij het er niet toe doet of tijd en ruimte gelijkwaardig zijn. Vanuit dit gezichtspunt is de basiskarakteristiek van de gehele Macedonische naoorlogse literatuur, inclusief de dichtkunst een samengaan van nationaal en universeel, van binnenland en buitenland, van traditionele en buitenlandse literaire prikkels, van schepping en van ontvangst. Wij hopen dat deze selectie in dit kader voldoende illustratief is. De rode draad in dit boek is het thema metamorfose die omzichtig door het gekozen poëtisch corpus loopt. Het eeuwig en alomvattend literair (en artistiek) thema dat van de oude heldendichten tot de hedendaagse dichtkunst van de oude fresco’s uit het verre oosten tot de grafische werken van Escher loopt. Is er een sterker poëtisch symbool van herschepping van de ene vorm in de andere dan die van een vlinder?

 

In een van de meest geciteerde Chinese wijsheden (het verhaal van de vlinder Chuang – Ce), alsook in de gedichten van de hedendaagse Macedonische dichters wijst de vlinder niet alleen op de voortdurende transfiguratie van de wereld, maar verpersoonlijkt ook het eeuwige productieve spel van transformatie in de kunst. Dat op haar beurt betekent het veranderen van regels, hoofdzakelijk door de “gezichtspunten” van het lyrisch subject. Op deze wijze wordt in het eerste gedicht van deze selectie “Zeven keer terug naar het espenmotief” door Gane Todorovski, de espenboom door de poëtische metamorfose als een kroon beschreven die uit vlinders bestaat: “Haar gedaante is een plantentuin van vlinders voor eeuwig gevangen in een hoge loodlijn”.

 

In feite vinden in de poëzie al vormen van transformatie plaats: het gedicht “Metamorfose I” van M. Matevski laat ons een soort spiegelbeeld zien van een omkeerbare metamorfose van een vlinder en in het gedicht “Naamloos” van M. Rendzov, is het lyrisch subject bij aanvang te oud geboren om terug te keren tot het moment van zijn conceptie! Een soort van metamorfose van het wezen van het lyrisch subject vindt plaats in het gedicht “Revisie” van B. Gjuzel terwijl een transfiguratie van het heelal nadrukkelijk naar voren gebracht wordt in het gedicht “Het geheugen van het landschap” van V. Chejkovska. In het gedicht ” Als het waar is dat een roos uw lichaam geadopteerd heeft” van Eftim Kletnikov, komt het thema transfiguratie voor als een religieus – filosofisch begrip bij “de verplaatsing van de ziel” en de “reïncarnatie”. Ontstaan in een dialoog met een van de meest spannende verhalen die gewijd zijn aan het thema transformatie is het gedicht ” Transformatie: “Hier woonde Kafka” door K. Kjulavkova waarin het esthetisch productievermogen van de intertekstuele metamorfose blijkt hetgeen ook paradigmatisch is voor het gedicht “Morfologie van een sprookje” van L. Dimkovska.

Van deze korte selectie is het meer dan voor de hand liggend dat in de verzameling gedichten welke gewijd zijn aan de gedaanteverwisseling en aan de vlinder, het zuiver artistieke proces handelt over onvermijdelijkheid Is het mogelijk poëzie te vinden zonder metaforen? Het gedicht “Tiresius” van V. Acevska is een getuigenis van een speciaal aangeduide transformatie: het lyrisch subject van een profeet verandert in een dichter: “Laat me met rust, ik ben een dichter, alles is me toegestaan!” Het gedicht “Vlinders” van V. Uroshevik anderzijds wijst op de geheimen, de verborgen relaties tussen de vlinders en de verschillende vormen van “het bestaan” (van postzegels tot fragmenten uit vergeelde encyclopedieën). De kern van het proces van gedaanteverwisseling is, evenals ieders creatief proces, het tot stand brengen van nieuwe, onverwachte verhoudingen tussen de verschillende vormen van het bestaan en in die zin ontstaat in het genoemde gedicht: Ze verklaren niets/maar ze verbinden totaal verschillende dingen. Dit is ook de reden dat wij niet verbaasd zijn dat in het gedicht “Als een vlinder een gedicht wordt” van M. Rendzov (in overeenstemming met de titel van deze bundel) het proces van gedaanteverwisseling en het proces van de geboorte van een gedicht samensmelten: Uiteindelijk / Zal je het een naam willen geven / Maar uit je bloed / Zal een vlinder / Tevoorschijn kruipen / En / Wegvliegen.

 

De vlinder in het gedicht wordt een gedicht en het gedicht een vlinder. Een soort van antwoord op de eeuwige vraag: “Is poëzie de wereld aan het veranderen? ” kan worden gevonden in het gedicht “Iedere dag deze wereld” van N. Madzirov: Dag aan dag / verplaatsen wij / de wereld / hier zullen zich de bergen bevinden / ginds de steden / vandaag zullen de rivieren / door onze woningen stromen. Volgens deze regels is poëzie het onsterflijke spel van de wereld transformeren zowel van binnen als van buiten. Gezien vanuit dit perspectief hebben wij besloten een plaatsing van die gedichten op te nemen waarin de zelfreflectie en de dichterlijk zelfdimensie van de poëtische boodschap overheersen. Op verschillende manieren bieden de hedendaagse Macedonische dichters ons door hun poëzie een breed spectrum aan van vragen over de natuur. Wat is op het ogenblik poëzie? Is het een eeuwig verlangen, een behoefte aan een beetje vrede of een verblijf tussen hartstocht en ideaal ? (G. Todorovski). Is poëzie, evenals muziek een luidruchtige uiting in zichzelf, hoewel er zekere spelregels zijn? (M. Matevski). Ligt de schoonheid van de landschappen in haar onvoorspelbaarheid? (Maar welk gedicht de dichter op dat papier zal schrijven / kan niet voorspeld worden) en is de dichtkunst gedoemd tot langzaam uitsterven? net als andere leuke dingen / die in alle stilte als nodeloze ornamenten worden afgevoerd. ( V. Uroshevik). Zou de dichter de aankleding van zijn gedichten moeten creëren ongeacht of hij ze ten toon spreidt of niet (M. Rendzov)? Bereikt de dichter in en door zijn poëzie de onmogelijke transformatie van hemzelf zelfs in een ruiter van klank (R. Pavlovski)? Is het zo dat de dichter de geheimen in de poëzie begrijpt en ontrafelt en is het zo dat de poëzie een getuigenis is dat de dichter in metaforen spreekt, God eten (B. Gjuzel)?

Is het mogelijk evenwicht in het gedicht te bereiken en is de dichter gedoemd te dichten (E.Kletnikov)? Als de dichter willens en wetens oproept om zijn Ars Poetica uit te drukken door middel van zijn eigen gedichten zou de dichter zich af kunnen vragen: Wat het gedicht kan doen (V. Acevska)? Is het mogelijk abstracte poëzie (L. Dirjan) te schrijven of is poëzie schrijven een handeling die leidt tot belichaming van de gedachten (V. Chejkovska)? Schrijven, en hoe te schrijven heden ten dagen?

Studie of juist genieten

Is het noodzakelijk tevoren studie te maken van “de semiotiek, de theorie van de literatuur…” (L.Dimkovska) en is de poëzie niet een handeling om met “de regels te breken”: We hebben zonder toestemming van de architect / onze kamers betreden. (N. Madzirov)? Zeker, de hedendaagse Macedonische dichters geven geen afdoende en onmiddellijke antwoorden op deze vragen. Poëzie, de aristocratie van de geest zoals Danilo Kish het zou zeggen streeft er slechts naar een getuigenis af te leggen van de transformaties om ons heen en binnen in ons terwijl ze tegelijkertijd zichzelf transformeren.

Skopje, Lidija Kapushevska-Drakulevska en Vladimir Martinovski

Argentijnse poëzie | De stem aan de andere kant

Stem aan de andere kant: moderne Argentijnse poëzie

Moderne Argentijnse poëzie

De stem aan de andere kant | La voz del otro lado

De bedoeling van deze uitgave is een selectie te bundelen van de Argentijnse poëzie.  Geschreven in de tweede helft van de twintigste eeuw en de eerste tien jaar van de eenentwintigste eeuw. Van Roberto Juarroz (1925) tot Marina Mariasch (1973) vormen de hierin opgenomen elf dichters een weergave van de uiteenlopende vijftig jaar zijn afgelegd door een dichtkunst die een hoog kwaliteitsniveau heeft bereikt. Deze elf hebben de fundamenten gelegd voor een moderne, vernieuwende dichtkunst. Dit elftal voerde een nooit aflatende dialoog met de verschillende literaire stromingen van hun tijd.

Voortdurend experimenteren

In deze traditie van lexicografische vernieuwing, waarin wordt gebroken met ritme of syntaxis. Een traditie die ook wordt gekenmerkt door een dialoog met andere vormen van expressie en gedachte.
De bijzondere aandacht voor de taal bij Juarroz of Pizamika, het grote belang van het alledaagse voor Gelman en Futoransky, ofwel het uitdrukken van het geheimzinnige en transcendentale bij al deze dichters, toont duidelijk de verwantschap aan die ze met hun voorgangers hebben. Resten van de avant-garde zijn hier te zien, en in meerdere of mindere mate bij allen ook een drang om voortdurend te experimenteren. Wat dit aangaat zal Girondo een belangrijke verwijzing blijken te zijn, zoals Macedonio Fernández of Borges dit waren voor de speculatieve dichtader van Juarroz of Gelman.

Beïnvloed door zowel Oost als West

Uitgaande van situaties in het dagelijks leven, proberen de verzen van Hugo Múgica, Leopoldo Castilla of Jorge Boccanera het concrete moment te overschrijden waarop we onszelf opnieuw kunnen confronteren met ons meest intieme, mysterieuze en transcendentale eigen ik. Waarbij hij in zijn teksten zelfs voorstellen opneemt van uiteenlopende overleveringen. Zowel oosterse (Boeddhisme, Taoïsme, ) als westerse (Heidegger, Celan, de mystici, etc. ). Beknoptheid, naaktheid en stilte worden zo van essentieel belang bij dichters als Hugo Mújica of Carlo Vitale.

Jongste dichters

Onder de jongste dichters treffen we een voortdurend toenemende belangstelling aan om in het gedicht ook andere registers op te nemen die traditioneel gezien niet in het genre van de poëzie thuis hoorden. Zoals de tegenwoordige muziek, film, computers, enzovoort, met ideeën die over het algemeen meer experimenteel en gedurfd waren.
De fragmentatie of de ontwrichtende linguïstische structuren in de Argentijnse poëzie zijn duidelijk waarneembaar bij dichters als Gambarotta en, in mindere mate, Mariasch die evenwel niet afzien van diepte en beschouwing. Dit laatste een essentieel kenmerk in het gehele poëtische werk van Fabián Casas. Een fijngevoelige geëmotioneerdheid daarentegen, met suggestieve beelden en het typische ritme, tonen duidelijk het verband aan van de poëzie van Claudia Masin met haar voorgangsters Alejandra Pizámika of Alfonsina Storni.

Argentijnse dichtkunst

Maar de Argentijnse dichtkunst heeft ook relaties met de turbulente geschiedenis van Argentinië en haar opeenvolgende staatsgrepen en kortstondige periodes van democratie, waarbij het toppunt van wreedheid wel wordt gevormd door het tijdperk van de dictatuur, die tussen 1976 en 1983 het land teisterde met zijn verdwenen, en waarin talrijke Argentijnen – onder wie enkelen van de in deze bundel opgenomen dichters – zich als ballingen in het buitenland moesten vestigen.

We kunnen hier nog aan toevoegen de kritische toestand van de economie, die talrijke jaren lang aanhield. Daardoor is de burgerzin en de geëngageerde houding van velen van deze dichters des te begrijpelijker. Uitgaande van de zeer uiteenlopende opvattingen over de poëtische tekst, namen we bij hen allen een gemeenschappelijke ethische bezorgdheid waar over de maatschappelijke en individuele toekomst van de mens vergeleken met de uitbuiting of de tegenspoed, onderwerpen die we zelden op zo unanieme manier tegen zullen komen bij dichters van andere windstreken.

Experimenteren en blijven zoeken

Experimenteren en voortdurend blijven zoeken. Speculatieve diepgang en een ethisch compromis zijn de kenmerken die de Argentijnse dichtkunst in staat stelden om zich te vernieuwen. Tegelijkertijd trouw blijven aan deze traditie van de moderne tijd. Trouw aan een instelling die tegelijkertijd streng en vernieuwend is, die een groot, ondernemend en bewonderenswaardig meester was. Een ontwikkeling gedurende al die jaren, is uitstekend verwoord door Fabián Casas:
’Iedere nieuwe auteur verleent een nieuwe betekenis aan de vorige, breidt de gevoeligheid van het tijdperk uit en doet de taal schitteren.’

Rafael Carcelén

Een ander interessante bundel in het Spaans-Nederlands is Liefdestijd, Nicaraguaanse poëzie.

Francisco Brines poëziebundel | Het geluid van de wereld

Het geluid van de wereld | El ruido del mundo van Francisco Brines

Francisco Brines Bañó, een belangrijke Spaanse dichter, werd geboren op 22 januari 1932 in Oliva (Valencia). Zijn jeugdherinneringen omvatten korte verblijven in Marseille en San Sebastián tijdens de burgeroorlog, evenals zijn studententijd in het internaat van het Colegio de San José de los Jesuitas de Valencia.

Na zijn studie rechten aan de universiteiten van Deusto, Valencia en Salamanca, voltooide hij zijn studie aan de Universiteit van Madrid, waar hij Filosofie en Letteren studeerde. Zijn grote passie is altijd het schrijven geweest, dat hij combineerde met lesgeven als hoogleraar Spaanse literatuur aan de Universiteit van Oxford. Hij wisselde zijn poëtische activiteiten af met recitals en lezingen.

Voor Francisco Brines is de kindertijd een mythische tijd waarin de dood onbekend is. De volwassen Pekel, verdreven uit het paradijs van de kindertijd, zal door erotiek en de contemplatie van de natuur volledige vitaliteit bereiken vanuit de kracht van de jeugd. Deze constanten, weerspiegeld in zijn werk, tonen aan dat zowel poëzie als herinneringen de tijd niet kunnen stoppen.

Met zijn eerste boek, “Las brasas” (1959), waarin de invloed van Juan Ramón Jiménez en Antonio Machado merkbaar is, won hij de Adonais-prijs, waarmee hij zijn droom om dichter te worden kon verwezenlijken. Jaren later, in 1966, ontving hij de Nationale Critici-prijs voor “Woorden in het donker”, een boek dat zijn positie in het poëtische genre bevestigde en waarin een andere invloedrijke dichter, Luis Cernuda, naar voren kwam.

Francisco Brines wordt beschouwd als een vertegenwoordiger van de intieme en elegische poëzie van de tweede generatie na de oorlog, de jaren vijftig. Onder zijn werken is “The Autumn of the Roses” (1986) het vermelden waard, omdat het het best ontvangen boek was door critici en lezers. Zijn laatste werk, “The Last Coast” (1996), werd uitgeroepen tot Boek van het Jaar en ontving de Fastenrath-prijs.

In 2001 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Academie van de Taal en bekleedde hij de X-hoofdstoel, waar hij op 21 mei 2006 aantrad. Tijdens de openingsceremonie van het academiejaar 2001-2002 van de Polytechnische Universiteit van Valencia ontving hij een eredoctoraat.

In 1988 bewerkte hij het toneelstuk “El alcalde de Zalamea” van Calderón.

Meer bundels van Germain Droogenbroodt treft u hier.