De dauwdruppels van de dageraad, Germain Droogenbroodt

Omslag van de dichtbundel van Germain Droogenbroodt: De dauwdruppels van de dageraad
ANTHOLOGIE

Gedichten van Germain Droogenbroodt 1984-2012

Beroemd en onbekend

Wellicht, omdat hij dertig jaar geleden, net na de publicatie van zijn debuutbundel, naar Spanje is uitgeweken, is deze Vlaamse dichter in Nederland niet echt bekend. Ten onrechte, want zijn poëziebundels werden in 27 landen gepubliceerd, vertaald door belangrijke dichters, zoals in het Chinees door Bei Dao. Zo is hij zelfs de enige Nederlandstalige dichter die in de prestigieuze ‘Pléiades’ van Struga Poetry Evenings en in de net in het Roemeens verschenen anthologie Hedendaagse Universele dichters naast wereldvermaarde dichters als Günter Grass, Tomas Tranströmer, Yves Bonnefoy, Adonis is opgenomen. Zijn poëzie werd wereldwijd gelauwerd: in Vlaanderen, in Spanje, in Macedonië, in Libanon, in Roemenië tot in Mongolië toe. In Egypte ontving hij zelfs een eredoctoraat. Misschien wordt de auteur met De dauwdruppels van de dageraad nu in Nederland wel meer bekend.

Poëzie; terug naar de rust

Ongetwijfeld is “het fragiele evenwicht/tussen de stilte en het woord/tussen het benoembare en het onbenoembare” zoals Germain Droogenbroodt het in zijn laatste poëziebundel “Ontschaduwd licht”, uitdrukt, ook het treffendste beeld van zijn eigen poëzie. Het gaat in deze poëzie om een rechtlijnige en onberispelijke ontwikkeling die de goede lezer van deze uitgebreide selectie gedichten niet zal ontgaan.

Liefde, natuur, leven en dood

De bloemlezing De dauwdruppels van de dageraad bevat de vier wezenlijke thema’s van Droogenbroodts oeuvre: de liefde, de natuur, leven en dood. De vier laatste, recentere poëziebundels (De Weg, Tegenlicht, In de stroom van de tijd, Meditaties in de Himalaya’s en Ontschaduwd licht) die de vitalistische cyclus vormen slaan een eerder filosofische toon aan, zijn dikwijls mystiek, daarom de interesse voor het poëtisch oeuvre van deze kosmopolitische dichter dat in het Oosten als Taoïstisch en ZEN-Boeddhistisch wordt beschouwd. De lezer ervaart in de verzen van deze universele dichter de kunst van het suggereren, het princiep dat minder méér is, als basis van een dichtkunst die, hoewel ze in verschillende tradities verankerd is, een zeer persoonlijk aroma uitstraalt. Karakteristiek voor deze poëzie is ongetwijfeld de knapheid van expressie, ja zelfs een buitengewone terughoudendheid die de serene intensiteit nog versterken. Het is een poëzie die de lezer terug naar de rust, naar de verloren gegane stilte voert.

Rafael Carcelén

Dauwdruppels – 100 Haiku | Germain Droogenbroodt

Dauwdruppels - 100 Haiku | Germain Droogenbroodt

Wat is een Haiku (俳句; meervoud: haiku of haiku’s) is een Japanse dichtvorm, geschreven in drie regels waarvan de eerste regel 5, de tweede regel 7 en de derde regel weer 5 lettergrepen telt. De haiku drukt, in de klassieke vorm, een ‘ogenblikervaring’ uit, soms geïnspireerd door zen.

Uitstekend en indrukwekkende Haiku volgens de Japanse dichter Naoshi Koriyama.

 

De bundel Dauwdruppels 100 Haiku is een internationale uitgave in vijf talen namelijk Japans, Nederlands, Engels, Spaans en Italiaans.

Met open armen
ontvangen ze de regen
de waterlelies

pasfoto Germain Droogenbroodt
Germain

De auteur van de 100 haiku

De Haiku in deze dichtbundel zijn geschreven door Germain Droogenbroodt (1944). Alleen dit jaar ontving hij drie belangrijke internationale prijzen. In Japan de JUNPA (Japan Universal Poets Organisation), in Roemenië de Medaille Mihai Eminescu en in Rome de “Premio speciale La Bella Poesia” die door de Premio internazionale di Poesia Don Luigi Di Liegro – IX Edizione op 1 december in het Museum van het Campidoglio te Rome zal uitgereikt worden.

De andere vertalers en kunstenaars

De illustraties zijn gemaakt door Satish Gupta een van de belangrijkste kunstenaars van India en bovendien ook dichter.

Andere die de werken van Germain vertaalde zijn:
Marika Sumukura, Taeko Uemura, Rafael Carcelén, Stanley H. Barkan en Silvio Pio.

Lees meer bijzondere bundels met haiku en andere poëzie van Germain Droogenbroodt.

Het Gevleugelde Woord Deel 1 | Germain Droogenbroodt

Het Gevleugelde Woord Deel 1

’s Werelds mooiste buitenlandse poëzie

Als een Vlaming of Nederlander naar het buitenland trekt ervaart al snel dat ons taalgebied niet één ‘wereldvermaard’ dichter rijk is. Daarom is promotie in het buitenland zo belangrijk. Uit solidariteit wordt bij voorkeur uit kleinere of minder bekende taalgebieden gepubliceerd.

Het Gevleugelde Woord deel II

De huidige uitgave is een derde druk. Binnenkort verschijnt Het gevleugelde Woord deel II in deze Zwarte reeks. In al de uitgaven in deze reeks hebben we de gedichten ook in de originele taal afgedrukt. Sommige vertalingen werden hier en daar wat bijgeschaafd.

In deze bundel is uitzonderlijke goede poëzie opgenomen, ondermeer van: Peter Huchel, Reinier Kunze, Nazim Hikmet en Mario Benedetti.

Omvang: 232 pagina’s
Anthologie
Samenstelling door Germain Droogenbroodt

Ontschaduwd licht | Germain Droogenbroodt

De Weg kent geen doel, het doel is de Weg.

Ontschaduwd licht de poëziebundel van Germain Droogenbroodt

Ontschaduwd licht, de titel van deze poëziebundel, zal de lezer wellicht enigszins verbazen en doen denken aan de literaire traditie – die van het verlies van de schaduw – die, alhoewel niet frequent, sinds eeuwen in diverse culturen voorkomt. In de meeste gevallen verliezen de personages hun schaduw als straf door wangedrag of waanzin, of door hun schaduw aan de duivel te verkopen. Soms is het een wezen dat zich van het lichaam losmaakt en er later, na onvoorstelbare avonturen, vernederd of verbeterd weer naar terugkeert. Zoals blijkt overheerst een negatieve visie die meestal verbonden is met religie of hekserij, waar de schuld steeds een belangrijke plaats inneemt.

Dit is hier helemaal niet het geval. Wat Germain Droogenbroodt ons voorstelt is volgens mij niet zozeer het verwijderen van de schaduw om ze te zuiveren of te hervormen: het doel is eerder meer helderheid te verkrijgen dan het licht dat we zien of ontvangen. Zo is het ook niet toevallig, dat meerdere gedichten naar de zonsopgang verwijzen, naar het moment waarop het licht verschijnt dat opduikt uit een wereld van schaduwen die voortkomen uit de nacht. Een moment dat eveneens naar de oorsprong verwijst, naar een zich steeds weer herhalend begin – eeuwige wederkeer – waarmee iedere nieuwe dag begint, naar de oerbron, waarvan het heldere water schittert en laaft zonder schaduwen van twijfel en waar alles mogelijk is omdat alles nog moet geschieden. Tegelijk is het ook het ogenblik van oorspronkelijk ontstaan, waar nog geen duidelijke scheiding is tussen nacht en dag, tussen schaduw en licht, tussen droom en ontwaken. Een gunstig moment dus voor de creatie, voor het gedicht: “Tussen de wimpers/van het ochtendgloren/bevindt zich de eerste regel/van een nieuw gedicht”, leest men in De eerste regel. Een creatie die, zoals het licht, steeds aftastend opduikt, in een subtiel evenwicht tussen het woord en de stilte, tussen het naamloze en het noembare, in de kloof die zich tussen pen en papier bevindt, waarnaar meer dan wie ook Mallarmé verwijst. Dusdanig lijkt het mij dat de dichter naar het oerlicht refereert, naar een nog altijd uniek en oorspronkelijk licht, dat door geen enkele schaduw is gescheiden, dat zich met de dageraad uitstrekt en ons langzaam doordrenkt en laaft.

Maar dat zuiver moment, uniek door zijn helderheid, is niet blijvend. Leven betekent dat moment weer beleven, niet het te herinneren, maar het weer te herscheppen. Vandaar het verlangen dat ook in deze gedichten aanwezig is, een verlangen naar die volkomenheid, die schitterende leegte, waarheen men dient terug te keren, naar die mogelijke ruimte van het ontstaan, waar het woord, het gedicht en het denken één zijn. Alleen dáár kan die verlichting bereikt worden. Het blijft evenwel steeds een fragiel evenwicht zoeken “op de dunne koord/van de werkelijkheid” en als we ons van dat moment verwijderen, ervaren we verlies, de meedogenloze vernietiging van de tijd en daarmee gepaard de schaduwen, de schemering, eenzaamheid en melancholie, de sombere gemoedsstemmingen die ons erop wijzen hoe onherroepelijk het voorbije leven is.

Hoe dan ook, het is dat oorspronkelijke ontschaduwd licht dat onze geest doordrenkt en ons helpt om met de personen die ons omringen over die gevoelens van vergankelijkheid en broosheid heen te komen. Tot aan het einde toe tekent het onze weg, een weg die geen einddoel kent, want het einddoel is de weg, herinnert ons Germain Droogenbroodt, een weg die nooit rechtlijnig of vooraf vastgelegd is, die tegelijk begin en einde van een eindeloze regeneratie is. Het is misschien daarom dat de dichter de bundel met een aantal eerder elegische gedichten afsluit die vrij van sentimentaliteit of bombastische dramatiek, met sereniteit de onherroepelijke voorbijheid lijken te aanvaarden. Zoals in de voorgaande poëziebundels van de auteur bevatten ook deze gedichten de typische elementen die zijn poëtisch oeuvre kenmerken (beknoptheid, antithese, alliteraties, natuurelementen enz.). Alleen de elegische ondertoon die in bepaalde gedichten aanwezig is onderscheidt deze poëziebundel van In de stroom van de tijd, meditaties in de Himalaya’s, zijn voorlaatste verschenen poëziebundel.

Lees deze bijzondere poëziebundel

De bundel is tweetalig Spaans / Nederlands
Lees ook iets over de auteur Germain Droogenbroodt.

Illuminatie

Het oog
dat zichzelf kan zien

het water
dat zijn eigen dorst kan lessen

Tegenlicht – Germain Droogenbroodt

Tegenlicht | Contraluz

Germain Droogenbroodt voltooide de poëziebundel de Weg, een poëtische brug tussen Oost en West in 1998 in India waarvan de cultuur, zoals andere Oosterse culturen en filosofieën, diepe sporen in die cyclus hebben nagelaten. Die eerder filosofische, soms mystieke gedichten hebben heel wat lezer geboeid en blijven fascineren, niet alleen in het Westen maar ook in het Oosten. Het boek is reeds in zestien talen in twintig landen verschenen waaronder het Arabisch, het Hindi en zelfs in het Chinees van waar de Weg zijn originele titel haalde: TAO.

De kosmopolitische dichter die reeds vele jaren op het Iberische schiereiland woont schreef gedurende de vier jaar na de Weg – voor het eerst in het Spaans – slechts 19 zeer korte gedichten, namelijk de cyclus ‘De dichter ontwaakt’ een hommage aan de door hem in het Nederlands vertaalde, zeer gewaardeerde Spaanse dichter José Ángel Valente die in 2000 overleed.
Tijdens de maand maart van het jaar 2002 trok hij zich gedurende meerdere weken terug in Ronda, pittoresk stadje in het Zuiden van Spanje, waar Rilke ondermeer zijn spanische Trilogie schreef. Het was uiteraard te voorzien dat de nieuwe gedichten anders zouden worden dan de Weg. Toch blijft Tegenlicht dezelfde filosofische lijn volgen.

Net als de Weg bevat de nieuwe cyclus een aantal actueel kritische gedichten. Geleidelijk aan wordt het de lezer evenwel duidelijk dat de titel van het boek niet naar de fotografie refereert maar naar een ander dan het artificiële licht van de media en de consumptiemaatschappij die geen ‘verlichting’ brengt maar verblindt. De toon van de gedichten is meestal mineur, maar er blijft hoop zoals het in het laatste vers heet: er is nog licht.
Net als in de poëziebundels die vóór de Weg verschenen, duiken in het nieuwe boek weer natuurelementen op die evenwel onderdeel van een geheel zijn, van de dingen, van het bestaan van de mens, niet alleen als tijdelijk bewoner van deze planeet, maar ook als onderdeel van een kosmos, waarvan de geheimen nog lang niet ontsluierd zijn.

Lees ook de meest verkochte bundel van Germain Droogenbroodt

Tweetalig Spaans/ Nederlands

De efemere bloem van de tijd | Droogenbroodt

De efemere bloem van de tijd | Droogenbroodt

De efemere bloem van de tijd

De efemere bloem van de tijd van Germain Droogenbroodt verschijnt 27 oktober 2016.

Germain Droogenbroodt

Germain Droogenbroodt bestudeerde de Oosterse
culturen, hun filosofieën en hun poëzie. Hij vertoefde
talloze keren in het Verre-Oosten en in India, wat in zijn
poëtisch werk diepe sporen nagelaten heeft. Tijdens een
verblijf in Rajasthan voltooide hij de cyclus De Weg,
een keerpunt in zijn werk, dat meerdere belangrijke
schilders inspireerde, waaronder de Vlaamse schilder
Frans Minnaert en de Indische schilder Satish
Gupta. Deze eerdere filosofische, mystiek getinte
poëziebundel is tot dusver zijn populairste boek.
In 2001 schreef Germain Droogenbroodt in het Spaans
Amanece el cantor (De zanger ontwaakt), een
hommage aan de Spaanse dichter José Ángel Valente.
Het jaar daarop volgde Tegenlicht – Contraluz mystiek-filosofische lijn van De Weg volgt. Het boek
werd op de internationale boekenbeurs van Constanta
door de Ovidius Universiteit als beste buitenlandse
poëziebundel gelauwerd.

In de stroom van de tijd

In 2008 volgde In de stroom van de tijd – En la
corriente del tiempo.
Met de Spaanse versie van
die poëziebundel werd hij in Spanje laureaat van de
XXIX Premio de Poesía Juan Alcaide 2008 en werd
in Roemenië gelauwerd met de Grand Prix Mihai
Eminescu. Het boek verscheen in het Macedonisch in
de prestigieuze Pléiades van Struga Poetry Evenings
(2009). In de stroom van de tijd, werd ook in het
Chinees en in het Japans gepubliceerd en in Sjanghai en
Kyoto voorgesteld. In 2012 verscheen een selectie van
zijn gedichten in het Bengaals en In de stroom van de
tijd
in het Iers. Zijn voorlaatste bundel, Ontschaduwd
licht – Desombrada luz
verscheen in 2012 en in 2015
De dauwdruppels van de dageraad, een bloemlezing
van zijn gedichten die tussen 1984 en 2012 verschenen
zijn. Droogenbroodt’s poëziebundels zijn ondertussen
in 28 landen gepubliceerd.

Verdienste van Germain Droogenbroodt

Voor zijn verdiensten als dichter, vertaler en uitgever
werd hem in Egypte een eredoctoraat en in Roemenië
de medaille Mihai Eminescu toegekend. Door het
universeel karakter van zijn poëzie wordt hij jaarlijks
door universiteiten en internationale poëziefestivals
uitgenodigd.
Lees deze bijzondere bundel.

Omdat er niets mooiers bestaat | Rose Ausländer

Omdat er niets mooiers bestaat | Rose Ausländer

Prachtige poëziebundel van Rose Ausländer

Rose Ausländer werd op 11 mei 1901 geboren als Rosalie Ruth Scherzer in Czernowitz. Deze stad heet nu Chernivtsi en ligt in de westelijke Oekraïne aan de oevers van de rivier de Proet. Toen Ausländer er woonde, was de stad een cultureel bloeiende universiteitsstad in Oostenrijk-Hongarije. Er woonden mensen van vele volkeren en er werden dagelijks meerdere talen gebruikt. Hier of in de er omheen liggende Boekowina werden opmerkelijk veel dichters en schrijvers geboren, waarvan Paul Celan de bekendste is, maar Alfred Margul-Sperber, Rose Ausländer, Moses Rosenkranz, Alfred Kittner en Selma Meerbaum-Eisinger zijn andere namen, die in Nederland bijna onbekend zijn, maar erbuiten als hoogtepunten van een verloren gegane joodse cultuur in Oost-Europa genoemd worden. De documentaires van de filmregisseur Volker Koepp (Dieses Jahr in Czernowitz; Herr Zwilling und Frau Zuckermann) hebben de laatste restjes van deze Duitstalige cultuur vastgelegd.

Rose Ausländer en familie is niet honkvast

Met het orthodoxe Oost-Europese Jodendom heeft Ausländers werk echter niets te maken. Haar vader was een vrijdenkend koopman die getrouwd was met een liberaal-joodse uit Berlijn. In 1916 vlucht de familie voor het eerst weg uit Czernowitz, via Boedapest naar Wenen. In 1919 keerde de familie naar de inmiddels Roemeens geworden Boekowina terug. Haar vader sterft in 1920 en omdat het de  moeder niet lukte om de hele familie te onderhouden, emigreert Rose naar familie in Winona in het Midwesten van de USA. Daar houdt ze het echter niet lang uit, trekt naar New York in 1922 en huwt haar oude studiegenoot Ignaz Ausländer. Drie jaar later gaan ze uiteen, het huwelijk is pas in 1930 ontbonden. Ze werkt als secretaresse en vertaalster en ook in een chemische fabriek. In 1931 keert ze naar Czernowitz terug,  vooral omdat de gezondheid van haar moeder sterk achteruit gaat. Haar eerste, nog rijmende gedichten verschijnen in 1939 als boek: Der Regenbogen.

Czernowitzer joden gedood, Rose Ausländer overleefd

In 1941 bezetten Duitse troepen de stad en Ausländer wordt in een ghetto opgesloten. Daar ontmoet ze een paar keer Paul Celan. 55.000 Czernowitzer joden vinden de dood, maar zij overleeft samen met haar moeder, broer en diens familie. In 1946 vertrekken ze naar Boekarest en daarom emigreert Ausländer voor een tweede keer naar de USA. Haar moeder sterft voordat ze haar kan laten overkomen. Ausländer voelt zich een vreemde in New York, trekt zich terug in emigrantenkringen en schrijft gedichten in het Engels. Ze heeft heimwee naar haar moederland, de taal. In 1957 maakt ze een grote reis door Europa en ontmoet in Parijs opnieuw Paul Celan, die haar nieuwe stijl gedichten waardeert en haar zelfvertrouwen sterkt. In 1963 keert ze definitief terug naar Europa, vanaf 1965 leeft ze in Duitsland. Sinds 1972 woont ze in het bejaardenhuis van de joodse gemeenschap in Düsseldorf, genoemd naar Nelly Sachs, die voor haar poëzie de Nobelprijs kreeg. Sinds 1978 is ze bedlegerig en leeft ze in een zelfgekozen eenzaamheid. Ze schrijft bundel na bundel. In januari 1988 sterft ze. In totaal heeft ze meer dan 2500 gedichten geschreven.

Eenvoud van taal en beeldspraak

Vanwege haar Holocaust-ervaring is Ausländer vaak in een naam genoemd met Celan en Sachs. Maar haar werk is totaal verschillend. Voor Nelly Sachs’ meesterlijke gedichten moet je veel tijd nemen om ze te lezen en een grote kennis van het Oude Testament en het joodse gedachtegoed meebrengen om de diepe levenswijsheid en de rouw om het joodse volk in detail te kunnen begrijpen. Celans hermetische werk vereist eveneens veelvoudige lezing om de betekenis te kunnen doorgronden. Ausländers gedichten daarentegen schitteren door eenvoud van taal en beeldspraak. Een schijnbare eenvoud, want het is uitermate moeilijk om zo helder te kunnen schrijven. De boodschap van liefde en broederschap raakt de lezer. Daarom kan ze eerder met Hilde Domin of Reiner Kunze vergeleken worden. In hun werk staat de medemens centraal en hoe we daarmee omgaan/zouden moeten omgaan. Om die reden is de waardering bij poëzielezers groot. Het is het belangrijk dat Ausländers poëzie nu voor het eerst ook in het Nederlands ter beschikking staat.

Lees ook andere poëzie op booxstore.

Japanse haiku’s deel 1 | drieregelig Japans gedicht

In deze bundel zijn twee derde van de Japanse haiku’s vergezeld met de oorspronkelijke tekst. Een verzameling dus (van ruim 200) die studenten Japans zeker op prijs zullen stellen.

Japanse haiku’s de mooiste nu in een bundel

Voor de meeste poëzielezers zullen haiku’s niet onbekend zijn. Deze rijmloze driedelige Japanse gedichten, die achtereenvolgens 5-7-5 lettergrepen bestaan zijn in Japan, waar ze oorspronkelijk vandaan komen, zeer populair. Meer dan vijftig haiku tijdschriften publiceren maandelijks een tachtigduizend van die haiku gedichten, een jaarlijkse oogst van bijna een miljoen gepubliceerde minigedichten. De Japanse haiku’s zijn nu gebundeld.

Westerse haiku’s

Ondertussen zijn er ook heel wat Westerlingen die drieregelige verzen schrijven en in gespecialiseerde tijdschriften publiceren. In Vlaanderen is er zelfs een Haikucentrum dat het tijdschrift “Vuursteen” publiceert. Maar de authentieke haiku is in de eerste plaats ZEN-poëzie, onze voorkeur gaat daarom nog steeds naar de Japanse haiku, omdat naar onze bescheiden mening, in de meeste Westerse haiku’s meestal dat bijzondere, geraffineerde Oosterse parfum ontbreekt. Daarom hebben wij voor deze bloemlezing alleen Japanse gedichten geselecteerd en wel van de vier belangrijkste dichters. Uiteraard hebben ook andere Japanners prachtige haiku’s gecreëerd die wij in een eventuele tweede bloemlezing haiku aan het woord zullen laten.

De Japanse dichtvorm: haiku gedichten

Men vermoedt dat de eerste haiku’s in het begin van de 13de eeuw ontstonden uit de vroegere vorm van de mijika-uta of tanka. Deze ook vrij gedisciplineerde versvorm bestaat uit twee strofen: de kami-no-ku of “bovenstroof” die 17 lettergrepen telt (5+7+5) en de shimo-no-ku of “onderstroof” die het met 14 lettergrepen (7+7) moet doen. Zoals hieruit blijkt is de haiku eigenlijk de “bovenstroof” van de tanka en bestaat uit 3 regels met een totaal van 17 lettergrepen. Geen lachertje dus voor de vertaler, vooral omdat Oosterse talen een sterk van de Westerse talen afwijkende structuur hebben. Nu is het zo dat zelfs Japanse haikudichters al eens van de strenge regels afwijken. Hoe vernuftig de structuur ook mag zijn, wij vinden dat de poëzie belangrijker is dan de vorm. Daarom zijn wij – zoals de meeste vertalers – enkele zeldzame keren van de perfecte haikuvorm afgeweken.

Arakida Moritake de eerste

Een van de oudste grootmeesters van het genre was Arakida Moritake (1473-1549):
in de slingerroos
kwam mij vandaag voor d’ogen
mijn eigen leven.
Met amper 17 lettergrepen weet deze Shintopriester een beeld te scheppen van onze sterfelijkheid: de slingerroos, een wilde akkerplant die bloeit en vergaat.

Matsuo Bashô

Matsuo Bashô (1644-1694), wordt algemeen als de vader van het drieregelig gedicht beschouwd. Hij verbleef jarenlang in een Zen-boeddhistisch klooster in Kyoto. Reeds tijdens zijn leven had hij talloze volgelingen en de invloed van zijn poëzie is tot op heden blijven bestaan al gaf hijzelf volgende raad: zoek de weg niet van de ouderen, maar zoek wat zij hebben gezocht.
Zoals men zal merken bestaan deze Japanse dichtvorm meestal uit suggestieve impressies, die door de dichter niet worden toegelicht. De natuur speelt de hoofdrol en de woordkeuze duidt meestal aan in welk seizoen het gebeuren zich afspeelt. Een gedicht waar het duidelijk om de lente gaat, is van die andere grootmeester Tanigucho Busson:
Je gaat nu heen, ach,
en de wilgen zijn zo groen
de weg is zo lang…

Tanigucho Yosa Buson

Tanigucho Yosa Buson (1715-1783) blies de drieregelige dichtvorm die na Bashô tot gelegenheidsrijmelarij vervallen was, weer nieuw leven in. Volgens de Japanners is zijn poëzie al even groots als die van zijn voorganger. Hij werd in een klein dorp niet ver van Osaka geboren, maar trok op jeugdige leeftijd naar Tokio waar hij zich uitsluitend met de schilderkunst en het dichten van haiku’s bezighield. Net als Bashô trok hij jarenlang door het land en vestigde zich later in Kyoto waar hij de naam Yosa Buson aannam en een resem discipelen zich rond hem schaarden. Hij werd in de Kimpukutempel van Kyoto begraven. Buson was ook een belangrijk, naturalistisch schilder, een van de belangrijkste van de Nieuw-Chinese stijl. Enkele schilderijen van hem zijn in de tempels van Kioto en Osaka te bewonderen.

Issa en zijn haiku’s Issa (1763-1827)

Schrijversnaam voor Kobayashi Yataro, de derde grootmeester van het kleine gedicht, werd als zoon van arme boeren geboren. Zijn moeder stierf toen hij amper drie jaar oud was. Zijn vader hertrouwde, maar de relatie met zijn stiefmoeder was zo slecht, dat hij op veertienjarige leeftijd het ouderlijke huis verliet en naar de hoofdstad trok waar hij allerlei karweien uitvoerde om zich in zijn levensbehoeften te voorzien.

Later wijzigde hij zijn naam en werd Haikaiji Nyûdô Issa-bô zu, wat ongeveer broeder Issa, lekenpriester van de haikutempel betekent. Hij nam de wandelstok en trok gedurende jaren op pelgrimstocht. Net als Bashô en Buson, was Issa tijdens zijn leven reeds een beroemde en gewaardeerde haikumeester. In tegenstelling tot de eerder ernstige filosofische gedichten van Bashô schreef hij ook enkele eerder humoristische verzen, zoals: een winterse vlieg/ving en liet ik weer vrij maar/de kat at ze op. Het noodlot bleef hem tot aan zijn dood achtervolgen: niet alleen zijn vrouw, maar ook zijn vier kinderen stierven op jeugdige leeftijd en hijzelf overleed in armoedige omstandigheden. In de zomer van 1827 brandde zijn woning helemaal af. Oud en ziekelijk bracht hij de winter door in een schuur die ramen noch verwarming had en waar hij aan ontbering overleed.

Masaoka Shiki (1867-1902) de vierde haikumeester van deze anthologie, werd op het eiland Shikoku geboren en zou reeds als elfjarige poëzie geschreven hebben. Als zestienjarige trok hij eveneens naar Tokio waar hij zich intensief met de haikukunst bezighield. Zijn gezondheid was zeer labiel en op zijn eenentwintigste begonnen er zich reeds tekenen van tuberculose voor te doen. Hij schreef voor diverse haikutijdschriften en gaf zelf “Hototogisu” (koekoek) uit. Weldra verzamelde zich een hele groep haikudichters rond hem en vormden een nieuwe haikuschool die zich de nihon-ha noemde. Shiki stierf amper vijfendertig jaar oud.

Vertalen of herdichten van de Japanse dichtvorm

De vertaling van een gedicht kan nooit als het origineel zijn, alleen al door het feit dat ieder taal een eigen klankkleur heeft. Daarom hebben wij naast een groot aantal gedichten de Japanse versie afgedrukt. Bij het vertalen van Oosterse talen is het probleem nog groter en dient de vertaler – opdat het resultaat een gedicht en geen gedrocht zou zijn – grotere vrijheid te nemen, nóg grotere in het geval van de zo gedisciplineerde haikuvorm. Ik vertaalde samen met Chinese en Koreaanse dichters Chinese en Koreaanse poëzie die in de POINT / Boekenplan-reeks gepubliceerd werden, maar pas na al die jaren heb ik het gewaagd, bijgestaan door enkele specialisten, de beste Japanse haiku’s van deze vier grootmeesters te herdichten. Hoe onmogelijk de taak ook is, ik hoop dat deze Japanse vuurvliegen zullen zijn als het murmelen van de bron na middernacht, als het fonkelen van de berg na zonsondergang.
GERMAIN DROOGENBROODT

De mooiste Japanse haiku’s zijn nu verkrijgbaar, bestel nu

Deel 2 van De mooiste Japanse haiku’s nu ook verkrijgbaar

De auteur/vertaler noemt zijn vertalingen ‘herdichtingen’  vanwege de grote afstand tussen de oorspronkelijke taal en de onze; hij heeft hiervoor gekozen, omdat hij noodzakelijkerwijze een grotere marge van vrijheid moest nemen, opdat het origineel geen onrecht zou worden gedaan bij slechts woordelijk vertalen.

NBD

Dauwdruppels – 100 haiku is bijzonder doordat de haiku in meerdere talen zijn uitgegeven. Lees nu verder.

Macedonische poëzie en geschiedenis

Als een vlinder een gedicht wordt | Moderne Macedonische poëzie

Literatuur uit Macedonië

Een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Macedonische literatuur in een meer evolutionair gerichte constellatie begon na de Tweede Wereldoorlog met de codificatie van de Macedonische taal. De poëzie biedt als eerste de mogelijkheid de nieuwe omstandigheden weer te geven en is in staat om in relatief korte tijd een attractief fenomeen van ons literaire leven te worden.
Vanaf de grondlegger van de hedendaagse Macedonische poëzie (en van de literatuur in het algemeen), Kocho Racin (1909 – 1943) en van zijn poëtische werk Beli Mugri (White Dawns) –
tot op de dag van vandaag, drukt deze poëzie een individuele, originele en bijzondere stempel op de kaart van de Europese en van wereldliteratuur. Verschillende ontwikkelingsstadia zijn daarbij de revue gepasseerd zoals: het sociaal realisme (in de eerste naoorlogse jaren), het intimisme (in de periode eind veertig- begin vijftiger jaren), het modernisme (van midden vijftiger jaren tot midden zestiger jaren), het neonsymbolisme (eind zestiger jaren) en tenslotte het postmodernisme (vanaf eind zestiger jaren tot de huidige tijd).

hedendaagse Macedonische dichters

Met betrekking tot wat men noemt “het grote avontuur” van de hedendaagse Macedonische dichters en de metamorfose van de huidige Macedonische poëzie zien we veranderingen zoals van collectief naar subjectief schrijven, van retorisch naar emotioneel schrijven, van beeldsprakig en gevisualiseerde poëtische expressie naar een akoestische kwaliteit van het gedicht, van een metaforisch model naar metonymisch, van esthetisch monisme naar meer esthetisch pluriform. En dit alles werd gelijktijdig bereikt met aan de ene kant de handicap van de verloren poëzie samenhang en aan de andere kant de geleidelijke literaire synchronisatie met de rest van de Slavische-, de Europese- en de wereldliteratuur. De huidige postmodernistische tijd (die de periode omvat van de laatste 20 jaar van de onafhankelijkheid van de republiek Macedonië) geeft de poëzie op een specifieke manier weer. Heden ten dagen kunnen we niet een overheersende poëzietrend onderscheiden, een leidende kunstvorm of een bepaalde trend in het systeem van de nieuwe Macedonische poëzie. Daarbij moeten we het pluralisme aan ideeën en emoties in aanmerking nemen als een algemeen determinant van de relatie van het onderwerp naar de buitenwereld. Natuurlijk, in het wezen van de poëzie is deze determinant uitgebeeld als een pluralisme van de expressie en de uit te dragen boodschap. In de “Babylonische spraakverwarring” van de hedendaagse Macedonische dichters kan men diverse modellen van poëtische verhandelingen, verschillende poëziebrieven met verschillende gevoelens en volledig individuele uitdrukkingen herkennen.

Macedonische poëzie en gedichten

Ondanks alles groeide “de harmonie van diversiteit” naar een bepalende factor voor het ontstaan van een open en paradigmatische poëtisch Pantheon onder wier dak velen verbleven: Mateja Matevski (1929), Vlada Uroshevik (1934), Mihail Rendzov (1936), Ivan Chapovski (1936), Jovan Pavlovski (1937), Svetlana Hristova – Jocik (1937), Radovan Pavlovski (1937), Bogomil Gjuzel (1939), Petko Dabeski (1939), Gordana Mihailova – Boshnakoska (1940), Domitar Bashevski (1943), Risto Vasilevski (1943), Todor Chalovsli (1945), Eftim Kletnikov (1946), Mile Nedelkovski (1946), Petre Bakevski (1947), Sande Stojcevski (1948), Vele Smilevski (1949), Risto Lazarov (1949), Rade Siljan (1950), Katica Kjulavkova (1951), Vesna Acevska (1952), Liljana Dirjan (1953), Branko Cvetkoski (1954), Vera Chejkovska (1954), Zoran Anchevski (1954), Jordan Danailovski (1957), Ivan Dzeparoski (1958), Slave Gjorgjo Dimoski (1959), Bratislav Tashkovski (1960), Jovica Ivanovski (1961), Sasho Gigov – Gish (1968), Igor Isakovski (1970), Lidia Dimkovska (1971), Nikola Madzirov (1973) en vele andere.
Juist in de afgelopen periode, (een periode van overgang) heeft de Macedonische poëzie- wereld enkele van zijn grondleggers en oorspronkelijke schrijvers verloren: Blazhe Koneski (1921-1993), Chedo Jakimovski (1940-1993), Slavko Janevski (1920-2000), Jovan Koteski (1932-2001), Ante Popovski (1931-2003), Petre M. Andreevski (1934-2006), Petar T. Boshkovski (1936-2006) en Gane Todorovski (1929-2010).

Hoewel de genoemde auteurs tot de “dode dichters sociëteit” zijn overgegaan, bleef hun werk een blijvende erfenis voor de nog komende Macedonische generaties- voor het heden en de toekomst – en voortlevend in de historie. Aan de andere kant is de Macedonische poëziehemel verrijkt met een nieuwe jonge generatie, die ongetwijfeld onze poëzie waarborgen met een schitterende toekomst. De eerste indruk is dat in de afgelopen paar jaar de balans merkbaar is tussen de mannelijke en de vrouwelijke poëtische boodschap, dit in tegenstelling met de traditionele overheersing van de mannelijke literaire uitoefening. Echter, als het gaat om de algemeen voorkomende opvattingen onder jonge schrijvers, ligt de nadruk meer op het feit dat zij creatief aarden naar de gezette traditie van de hedendaagse klassieken van de Macedonische poëzie en naar de reeds vastgelegde en door hen aangehangen voorbeelden zoals metaforische poëzie (R. Pavlovski), folkloristisch-poëtische uitdrukkingsvorm (B. Koneski), referentiële poëzie (G. Todorovski), auto-referentiële dialoog (A. Shopov), zwarte humor (S. Janevski), alsook de bijzondere beheerste poëtische expressie (M. Matevski), en verder weg van huis, stedelijk sensitivisme en de poëzie van de wondere ontdekkingen (V. Uroshevik), vervolgens opstandige poëzie B. Gjuzel) of de contemplatieve, geïntellectualizeerde poëzie (J. Pavlovski), het wetenschappelijk traktaat (V. Chejkovska), metapoëzie en erotiek (K. Kjulavkova en L. Dirjan).

Een speciaal stijlmotief in de hedendaagse Macedonische poëzie is de dialoog met andere literatoren. Het gedicht echter, net als ieder kunststuk, staat open voor een verbinding met teksten uit het verleden en toekomstige teksten in een vastgelegd keten van gerelateerde connecties en referenties. Zo’n verwonderlijk spel, een dialoog met de lectuur, kan men bijna bij al onze dichters vinden zoals: citaten en duidelijke uitdrukkingen voor de literaire voorvaderen die in het poëtisch denkbeeld van de auteur sporen, symbolen of parafrasen hebben achtergelaten. En op deze wijze de hedendaagse Macedonische poëzie lezend ontdekt men: toespelingen op Goethe’s Faust (“Wens” van G.Todorovski), poëtische herinterpretaties van Aristoteles’ stelling over het ontstaan van de tragedie (“De geboorte van de tragedie” door Matea Matevski) of de beeldspraak (“Sint George en de draak” van L. Dirjan); verder met een nauwgezette weergave het fascinerende drieluik van de Vlaamse schilder H. Bosch (“Hieronymus Bosch: De tuin der lusten” door V. Uroshevik). Maar men ontdekt meer zoals het opnieuw actueel maken van Bijbelse onderwerpen (“Inscriptie in een klooster” door R. Pavlovski), en ook gedurfde reconstructies van historische gebeurtenissen (“Barbaren in Delos” door B. Gjuzel) of een nieuwe originele interpretatie van de mythe (“Odisseus: om niet te laat te komen” door K. Kjulavkova of “Nieuwe Argonauten” door V. Acevska, “Osiris” door L. Dirjan), tot zelfs expliciete of impliciete intertekstuele uitingen (“De dochter van Don Quichot” door L. Dimkovska en “Schaduwen lopen ons voorbij” door N. Madzirov waarvan de titel een citaat is van de poëzie van Lucian Blaga). Feitelijk voert, van Aristoteles tot Borges, deze jongste tendens de poëzie tot de hoogste interdisciplinaire sferen van de menselijke geest, in de literatuur bekend als ‘meta-wetenschap’.

 

Het systeem van cultureel leven is open in al haar structuren en voor alle experimenten die van buitenaf komen waarbij het er niet toe doet of tijd en ruimte gelijkwaardig zijn. Vanuit dit gezichtspunt is de basiskarakteristiek van de gehele Macedonische naoorlogse literatuur, inclusief de dichtkunst een samengaan van nationaal en universeel, van binnenland en buitenland, van traditionele en buitenlandse literaire prikkels, van schepping en van ontvangst. Wij hopen dat deze selectie in dit kader voldoende illustratief is. De rode draad in dit boek is het thema metamorfose die omzichtig door het gekozen poëtisch corpus loopt. Het eeuwig en alomvattend literair (en artistiek) thema dat van de oude heldendichten tot de hedendaagse dichtkunst van de oude fresco’s uit het verre oosten tot de grafische werken van Escher loopt. Is er een sterker poëtisch symbool van herschepping van de ene vorm in de andere dan die van een vlinder?

 

In een van de meest geciteerde Chinese wijsheden (het verhaal van de vlinder Chuang – Ce), alsook in de gedichten van de hedendaagse Macedonische dichters wijst de vlinder niet alleen op de voortdurende transfiguratie van de wereld, maar verpersoonlijkt ook het eeuwige productieve spel van transformatie in de kunst. Dat op haar beurt betekent het veranderen van regels, hoofdzakelijk door de “gezichtspunten” van het lyrisch subject. Op deze wijze wordt in het eerste gedicht van deze selectie “Zeven keer terug naar het espenmotief” door Gane Todorovski, de espenboom door de poëtische metamorfose als een kroon beschreven die uit vlinders bestaat: “Haar gedaante is een plantentuin van vlinders voor eeuwig gevangen in een hoge loodlijn”.

 

In feite vinden in de poëzie al vormen van transformatie plaats: het gedicht “Metamorfose I” van M. Matevski laat ons een soort spiegelbeeld zien van een omkeerbare metamorfose van een vlinder en in het gedicht “Naamloos” van M. Rendzov, is het lyrisch subject bij aanvang te oud geboren om terug te keren tot het moment van zijn conceptie! Een soort van metamorfose van het wezen van het lyrisch subject vindt plaats in het gedicht “Revisie” van B. Gjuzel terwijl een transfiguratie van het heelal nadrukkelijk naar voren gebracht wordt in het gedicht “Het geheugen van het landschap” van V. Chejkovska. In het gedicht ” Als het waar is dat een roos uw lichaam geadopteerd heeft” van Eftim Kletnikov, komt het thema transfiguratie voor als een religieus – filosofisch begrip bij “de verplaatsing van de ziel” en de “reïncarnatie”. Ontstaan in een dialoog met een van de meest spannende verhalen die gewijd zijn aan het thema transformatie is het gedicht ” Transformatie: “Hier woonde Kafka” door K. Kjulavkova waarin het esthetisch productievermogen van de intertekstuele metamorfose blijkt hetgeen ook paradigmatisch is voor het gedicht “Morfologie van een sprookje” van L. Dimkovska.

Van deze korte selectie is het meer dan voor de hand liggend dat in de verzameling gedichten welke gewijd zijn aan de gedaanteverwisseling en aan de vlinder, het zuiver artistieke proces handelt over onvermijdelijkheid Is het mogelijk poëzie te vinden zonder metaforen? Het gedicht “Tiresius” van V. Acevska is een getuigenis van een speciaal aangeduide transformatie: het lyrisch subject van een profeet verandert in een dichter: “Laat me met rust, ik ben een dichter, alles is me toegestaan!” Het gedicht “Vlinders” van V. Uroshevik anderzijds wijst op de geheimen, de verborgen relaties tussen de vlinders en de verschillende vormen van “het bestaan” (van postzegels tot fragmenten uit vergeelde encyclopedieën). De kern van het proces van gedaanteverwisseling is, evenals ieders creatief proces, het tot stand brengen van nieuwe, onverwachte verhoudingen tussen de verschillende vormen van het bestaan en in die zin ontstaat in het genoemde gedicht: Ze verklaren niets/maar ze verbinden totaal verschillende dingen. Dit is ook de reden dat wij niet verbaasd zijn dat in het gedicht “Als een vlinder een gedicht wordt” van M. Rendzov (in overeenstemming met de titel van deze bundel) het proces van gedaanteverwisseling en het proces van de geboorte van een gedicht samensmelten: Uiteindelijk / Zal je het een naam willen geven / Maar uit je bloed / Zal een vlinder / Tevoorschijn kruipen / En / Wegvliegen.

 

De vlinder in het gedicht wordt een gedicht en het gedicht een vlinder. Een soort van antwoord op de eeuwige vraag: “Is poëzie de wereld aan het veranderen? ” kan worden gevonden in het gedicht “Iedere dag deze wereld” van N. Madzirov: Dag aan dag / verplaatsen wij / de wereld / hier zullen zich de bergen bevinden / ginds de steden / vandaag zullen de rivieren / door onze woningen stromen. Volgens deze regels is poëzie het onsterflijke spel van de wereld transformeren zowel van binnen als van buiten. Gezien vanuit dit perspectief hebben wij besloten een plaatsing van die gedichten op te nemen waarin de zelfreflectie en de dichterlijk zelfdimensie van de poëtische boodschap overheersen. Op verschillende manieren bieden de hedendaagse Macedonische dichters ons door hun poëzie een breed spectrum aan van vragen over de natuur. Wat is op het ogenblik poëzie? Is het een eeuwig verlangen, een behoefte aan een beetje vrede of een verblijf tussen hartstocht en ideaal ? (G. Todorovski). Is poëzie, evenals muziek een luidruchtige uiting in zichzelf, hoewel er zekere spelregels zijn? (M. Matevski). Ligt de schoonheid van de landschappen in haar onvoorspelbaarheid? (Maar welk gedicht de dichter op dat papier zal schrijven / kan niet voorspeld worden) en is de dichtkunst gedoemd tot langzaam uitsterven? net als andere leuke dingen / die in alle stilte als nodeloze ornamenten worden afgevoerd. ( V. Uroshevik). Zou de dichter de aankleding van zijn gedichten moeten creëren ongeacht of hij ze ten toon spreidt of niet (M. Rendzov)? Bereikt de dichter in en door zijn poëzie de onmogelijke transformatie van hemzelf zelfs in een ruiter van klank (R. Pavlovski)? Is het zo dat de dichter de geheimen in de poëzie begrijpt en ontrafelt en is het zo dat de poëzie een getuigenis is dat de dichter in metaforen spreekt, God eten (B. Gjuzel)?

Is het mogelijk evenwicht in het gedicht te bereiken en is de dichter gedoemd te dichten (E.Kletnikov)? Als de dichter willens en wetens oproept om zijn Ars Poetica uit te drukken door middel van zijn eigen gedichten zou de dichter zich af kunnen vragen: Wat het gedicht kan doen (V. Acevska)? Is het mogelijk abstracte poëzie (L. Dirjan) te schrijven of is poëzie schrijven een handeling die leidt tot belichaming van de gedachten (V. Chejkovska)? Schrijven, en hoe te schrijven heden ten dagen?

Studie of juist genieten

Is het noodzakelijk tevoren studie te maken van “de semiotiek, de theorie van de literatuur…” (L.Dimkovska) en is de poëzie niet een handeling om met “de regels te breken”: We hebben zonder toestemming van de architect / onze kamers betreden. (N. Madzirov)? Zeker, de hedendaagse Macedonische dichters geven geen afdoende en onmiddellijke antwoorden op deze vragen. Poëzie, de aristocratie van de geest zoals Danilo Kish het zou zeggen streeft er slechts naar een getuigenis af te leggen van de transformaties om ons heen en binnen in ons terwijl ze tegelijkertijd zichzelf transformeren.

Skopje, Lidija Kapushevska-Drakulevska en Vladimir Martinovski

Japanse kwatrijnen | Dauwgras | Kazuyosi Ikeda

JAPANSE KWATRIJNEN | Dauwgras

De gedichten van Kazuyoki Ikeda hebben op mij steeds een bijzondere indruk nagelaten en meermaals heb ik bij het lezen ervan gedacht aan de korte, diepzinnige gedichten van Li-Po, de belangrijkste dichter van de Tang-dynastie.
In ‘Dauwgras’ ervaren wij hoe de dichter op zijn eigen diepzinnige wijze de natuur bestudeert en alle dingen op een bijna mystieke wijze observeert en ervaart. De fijnzinnige, typische Oosterse gedichten van Professor Ikeda hebben niet alleen in het Verre Oosten veel lezers gevonden maar werden ook in meerdere Europese talen uitgebracht. Ook in India kent de poëzie van deze belangrijke Japanse dichter grote bijval.

Ik hoop dan ook dat deze uitgave, de eerste in het Nederlands, evenveel bijval zal kennen.

Dr. Li Zhi
Professor Universiteit van Peking

Een Kale berg

De bloemen en de planten die mij begroeiden zijn gestorven.
Wat een schande! Hoe lelijk is nu mijn aangezicht!
Mijn naakte huid is aan de bittere koude blootgesteld
en ik ril en huiver nu in de striemende winterwind.

Recensie

‘Kwatrijn’ betekent bij deze hedendaagse Japanse dichter slechts 4-regelig en niet de min of meer filosoferende strak gestileerde dichtvorm. Deze uit het Japans vertaalde/herdichte poëzie is heel anders dan de bekend geworden haiku, waarin de geïnterneerde (natuur)waarnemingen zo kaal mogelijk en toch emotioneel geladen worden gebracht. In deze kwatrijnen is de dichter zeer aanwezig en personifieert kwistig de natuur, waaraan menselijke emoties worden toegedicht, vooral aan dieren maar ook aan bomen, bloemen, bergen, zelfs aan dingen. De rechterbladzijde biedt steeds drie kwatrijnen, elk getiteld, met links de hoofdtitel: grassen, stenen, bomen, woeste dieren, weekdieren, zelfs mandachtige dingen, alles in drieën als b.v. bonen: tuinbonen, groene sojabonen, pinda’s (33 maal een 3-tal). Links eveneens een soort uitleg van de kwatrijnen waarvan slechts enkele verduidelijkingen van typisch Japanse zaken er toe doen. In de herdichting beweegt de versregel zich veelal soepel van klemtoon naar klemtoon, zoals het Japanse kind over de springstenen in de tuin.

Inge Lievaart – NBD Biblion, Zoetermeer